Winterlandschap

De perfecte foto in sneeuw
Winterse taferelen fotograferen is een koude ontdekkingstocht. De natuur produceert rijp, kristallen, ijs en met een beetje geluk sneeuw. Waar moet je aan denken bij het fotograferen van een winterlandschap?

Eén doorslaggevend aspect onderscheidt de goede landschapsfotograaf: op het juiste moment op de goede plek zijn. Voor winterfotografie geldt dat misschien nog wel meer. Dat betekent vooral toewijding voor dag en dauw opstaan om goed licht en de juiste omstandigheden te hebben. Als het ’s nachts sneeuwt, gaat de winterfotograaf op pad terwijl iedereen nog slaapt, zodat hij de onbevlekte witte deken kan fotograferen. Een uur later wemelt het op de meeste plekken van voetstappen en bandensporen. Dan zit jij alweer warm met een kop chocolademelk achter je computer, om je net gefotografeerde platen te bewerken. Timing en vooruitdenken zijn dus essentieel. Op het moment dat er sneeuw gevallen is, moet je snel handelen. Dan is het te laat om nog te bedenken waar je naartoe wilt. Maak van tevoren een lijstje met plekken die je fotogeniek lijken. Probeer voor je te zien hoe de plek er straks met sneeuw en ijs uitziet. Als de winter daadwerkelijk intreedt, hoef je alleen nog maar je lijstje af te werken.

Inspiratie
Ook handig om achter de hand te hebben, is een print met inspiratie. Verzamel een tiental winterfoto’s die je mooi vindt op een vel papier. Als je dan ter plekke even niet weet wat te fotograferen, kijk je even op je spiek-brief. Meestal schiet je dan wel een goed idee te binnen. Veel winterfotografen beginnen in de eigen achtertuin. Dit kan goed uitpakken, zeker bij details. je wordt niet gestoord door anderen en je bent zo weer binnen om warm te worden. Maar de écht mooie plekjes bevinden zich daarbuiten. Een leuk aspect van een winterlandschap is dat je op plekken komt waar je normaal nooit komt. Zo ontstaan nieuwe perspectieven. Vanaf het ijs ziet het overbekende landschap er ineens heel anders uit. je kunt naar onbewoonde eilandjes lopen en een boot eens van heel dichtbij bekijken. Onder het ijs omhoog fotograferen is ook een optie, al is dat zonder goede uitrusting en training gekkenwerk. Het levert wel verrassende perspectieven op.

Compositie
Het winterlandschap vraagt een andere aanpak van je compositie. Diepte in je foto krijgen is bijvoorbeeld moeilijk, omdat alle voorwerpen en achtergronden dezelfde witte tint hebben. Zorg voor een object in je beeld dat niet ondergesneeuwd is. Dat steekt dan lekker af tegen de witte achtergrond en zo creëer je diepte. Ook ga je snel-Ier naar dit object kijken, omdat het een andere tint heeft. Een onderwerp met kleur is natuurlijk helemaal geweldig. Het oog van de kijker zal automatisch naar het gekleurde object worden gestuurd. Overigens: hoe lager de temperatuur en schoner de lucht, des te beter kleuren uitkomen. Je zult zien dat je in een winterlandschap ook vaak andere standpunten in moet nemen. Bij een overzichtsfoto kun je beter niet te laag gaan zitten. Een standpunt vanaf de grond maakt van het weidse landschap één grote witte brei. Ga wat hoger staan, klim op een hek of muurtje. Je ziet dan slootjes, wegen en andere objecten beter. Een zwarte asfaltweg is een onderbreking van het egaal witte landschap. Dit geeft de kijker meer houvast.

Details
In oktober vriest het ’s nachts alweer en heb je in de ochtend kans op rijp en ijskristallen. Die ontstaan als waterdamp bevriest, vooral tijdens heldere nachten. Rijp zie je op gras, hekken en struiken, maar ook op auto’s. Het is een uitermate fotogeniek verschijnsel. Van veraf zien de kristallen er niet bijzonder uit. Dat verandert wanneer je er bovenop kruipt. Je kunt hiervoor een macrolens gebruiken. Met een “macro” kan je tot op enkele centimeters van je onderwerp komen. Hierdoor zien de kristallen er spectaculair uit. Dit komt ook omdat je iets laat zien wat je onmogelijk met het blote oog kunt waarnemen. De natuur verandert sterk met sneeuw of strenge vorst. Neem de tijd om rond te kijken, na tien minuten op dezelfde plek zie je weer heel andere zaken, die de voorbijganger ontgaan. Dat is de kracht van de goed kijkende fotograaf. Kleed je wel warm aan, want stilzitten en kou zijn geen gezonde combinatie.

Lichtmeten
Een specifiek probleem bij het maken van een winterlandschap is het meten van licht. Winterfoto’s zien er vaak te grauw uit. De lichtmeter in de camera wordt dan vaak als schuldige aangewezen. Dit is niet terecht. De lichtmeter is een geavanceerd en consequent instrument. Hij kan alleen niet interpreteren. Hij meet en past de belichting aan op de meting. Heel simpel gezegd is de regel: alles wat een lichtmeter ziet, probeert hij middengrijs te maken (18% grijs). Middengrijs is een waarde die ook vastgesteld is als de gemiddelde belichting van onderwerpen. Zo is hij door de fabriek ingesteld. Dit gaat met normale onderwerpen redelijk goed. In een sneeuwlandschap zit echter overwegend wit. Dit wit wordt door de lichtmeter naar middengrijs vertaald. Het gevolg is een onderbelichte foto met grauwheid troef. Vergelijk het met je eigen ogen: als je ineens tegen fel licht in kijkt, ga je knijpen. Ditzelfde doet de lichtmeter als hij de lichte, soms overstralende sneeuw ziet. Het is dus zaak in te grijpen. Grofweg geldt de volgende vuistregel: overwegend wit in je onderwerp: twee stops overbelichten.

Grijskaart
Een handig hulpmiddel bij het licht meten is de grijskaart. Dit is een geijkt kaartje, dat precies middengrijs is. Als je in het winterse landschap de grijs-kaart voor je camera houdt, meet je altijd middengrijs in plaats van de witte sneeuwvlakte. Je hoeft dus nooit te interpreteren. Zorg er wel voor dat je de grijskaart altijd in hetzelfde licht houdt als de sneeuw. Onder een afdakje valt er heel ander licht op de kaart dan op de achtergrond en dan ga je de mist in. Een grijskaart is bij de betere fotozaak te koop. Je hebt ook extra kleine kaartjes voor in de fototas. Maar door het kleine oppervlak is het daarop vaak moeilijk meten.

Witbalans
Een ander probleem bij witte landschappen kan de witbalans zijn. Die wil nog wel eens uitslaan naar blauw. Sneeuwfoto’s worden vaak in zonnig weer gemaakt en de blauwe lucht kan dan voor een zweem zorgen. Vooral bij het fotograferen in JPG is dat een probleem. Achteraf corrigeren gaat dan altijd gepaard met kwaliteitsverlies. Je kunt in dat geval beter werken in RAW. In de converter kun je een RAW-bestand na de opname nog corrigeren op witbalans. Dat komt, omdat een RAW-bestand geen witbalans ontwikkelt in het beeld. RAW is dus altijd beter, maar niet altijd handiger. Als je geen enkele ervaring hebt met de extra stappen die fotograferen in RAW met zich meebrengt, begin er dan niet aan. Als je alle 2.500 vakantiefoto’s in RAW moet gaan bewerken, ben je zo weer aan vakantie toe.

Zonnekap
Vallende sneeuw heeft een heleboel uitdagingen. Zo geeft het een mooi mistig waas bij overzichtsfoto’s. Tegelijkertijd is de kans groot dat de sneeuw op je lens komt. Dit kun je verminderen door altijd je zonnekap op je objectief te laten zitten. Een hand of doek voor de lens helpt natuurlijk ook. Flitsen kun je wel vergeten in de sneeuw. De flitsbundel weerkaatst op je foto op elke sneeuwvlok, het resultaat is vaak een overbelichte witte stippenfoto.

Bracketing
Een hulpmiddel voor goed belichte foto’s is bracketing. Deze techniek kun je bijna op elke camera instellen en zit vaak onder de knop BKT. Eenmaal ingesteld maakt de camera drie opnamen, waarvan de eerste goed, de tweede onderbelicht en de derde overbelicht. Dit kan handig zijn als je onder wisselende omstandigheden werkt en met snel bewegende objecten. Je hebt dan vaak geen tijd om de belichting te controleren. Op deze manier heb je keuze uit drie verschillende belichtingen. Vergeet niet om als je klaar bent, bracketing weer uit te zetten, anders blijft hij elke tweede en derde opname fout belichten.

Filters
Een uitdaging waar je snel tegenaan loopt bij sneeuw in combinatie met zon, is overbelichting. In de felle zon kun je alleen nog met relatief dicht diafragma fotograferen. Dit komt omdat er te veel licht, met name door de reflectie van de zon, op de witte ondergrond valt. Wil je nu toch een open diafragma gebruiken, schroef dan een ND-filter op je lens. Dit filter werkt als een zonnebril voor je camera: het houdt licht tegen. Er zijn verschillende ND-filters op de markt. Er is er een die drie stops licht tegenhoudt (factor 8), maar ook een die wel tien stops (factor 1000) tegenhoudt. Voor sneeuwfotografie heb je vaak aan drie stops genoeg. Bij tien stops moet je denken aan bewegend water en dergelijke. Je ziet er ook niets meer doorheen. Je kunt ook een halfverloop ND-filter gebruiken in de sneeuw. Meestal gebruik je een filter met verloop om de lucht donkerder te maken, maar je kunt het in de winter ook gebruiken om de sneeuw donkerder te maken. Dit is optioneel en kun je vaak ook in de nabewerking wel oplossen. Polarisatiefilters gebruik je in het winterse landschap om blauwe luchten te accentueren. Een polafilter kun je namelijk zo draaien dat de lucht donkerder wordt. Zo steekt de lucht nog meer af tegen de witte sneeuw. Het effect is het sterkst dwars op de zon, dus in een hoek van 90 graden van de zon.

Succes met het fotograferen in een winterlandschap!

Winter

Van alle jaargetijden is de winter waarschijnlijk het seizoen met de grootste fotografische extremen. Als er sneeuw ligt, kan het landschap schilderachtig mooi zijn. Ligt er geen sneeuw of ijs, dan is het vaak dodelijk saai. Hoe je beide situaties optimaal naar je hand zet.

Het winterseizoen staat weer voor de deur, en voor fotografen is dat niet altijd een onverdeeld genoegen Natuurlijk, als er sneeuw ligt en de bomen berijpt zijn, kan het sprookjesachtig mooie landschappen opleveren. Zeker wanneer het daarbij ook een beetje zonnig is. Helaas komen dergelijke winterdagen bij ons niet zo vaak voor, en met de opwarming van de aarde wordt de kans vermoedelijk alleen maar kleiner (hoewel, met de ‘horrorwinters’ van de afgelopen jaren…). De gemiddelde winterdag in Nederland is helemaal niet zo sprookjesachtig. Grauw weer, met daardoor extra weinig kleur in het landschap, is bij ons meer de norm. Hoe kun je zowel de ene als de andere situatie optimaal fotografisch benutten?

Grauw weer

Laten we maar beginnen met de grootste uitdaging van de twee: het grauwe en troosteloze weer dat helaas kenmerkend is voor de meeste winterdagen. Voor veel fotografen betekent zulk weer gewoon dat de camera in de tas blijft, en dat ze andere dingen gaan doen. Een mooi moment om je fotoarchief eens van goede trefwoorden te voorzien, of om dat fotoboek te gaan maken van je laatste vakantiereis. Daar is natuurlijk F3,5-5,6/11-27,5 mm. Deze objectieven zijn net zo goed bestand tegen stof, zand, stoten en water als de AW1. Je kunt overigens ook de bestaande 1-objectieven gebruiken, maar de camera is dan niet meer water- en stofdicht. Je kunt de ingebouwde pop-upflitser zonder beperkingen onderwatergebruiken, en deze flitser kan ook de (voor begin 2014 aangekondigde) krachtige Onderwater Speedlight SB-N10 aansturen. Nikon heeft speciale accessoires ontwikkeld, zoals een verwisselbare handgreep en een oranje siliconen hoes, waardoor je meer grip hebt en de camera bij onverhoopt loslaten onder water sneller terugvindt. Wat de fotografische functies en kwaliteit betreft, is de AW1 een echte Nikon 1-camera. Dankzij de geavanceerde hybride-AF (met 73 fasedetectie-AF-punten en 135 contrast-detectie-AF-punten) werkt de autofocus supersnel en nauwkeurig. Je mist geen moment aangezien de camera dat vastlegt met een seriesnelheid van 15 (met AF-tracking) of zelfs 60 opnames per seconde. Tijdens het opnemen van Full HD-film kun je foto’s in volledige resolutie maken zonder dat de filmopname onderbroken wordt. De CMOS-sensor beschikt over 14,2 miljoen pixels, en door de afwezigheid van een optisch low-pass-filter is de scherpte ongekend hoog. De camera heeft een ingebouwde diepte/hoogtemeter en een gps/GLONASS-ontvanger, waardoor je later kunt zien op welke plaats (en eventueel diepte) de opnames gemaakt zijn. niets op tegen, en ook ik merk dat ik in de winter minder vaak met de camera op pad ga dan ik misschien zou moeten doen. Er zijn echter wel degelijk mogelijkheden om ook op zulke troosteloze dagen nog aantrekkelijke foto’s te maken. De eerste mogelijkheid ligt in de keuze van je onderwerp. Ook als natuurfotografie je grootste passie is, zou je nu eens kunnen kiezen voor onderwerpen die dichter bij menselijke activiteiten liggen. In de winter gaat het leven gewoon door, en daar liggen dus ook veel fotografische onderwerpen. Een stad wordt in de winter in bepaalde opzichten zelfs nog wel iets aantrekkelijker, aangezien er nu ook midden overdag verlichting is. En de activiteiten op industrieterreinen en havens zijn ook niet erg seizoensafhankelijk. Daar kun je het hele jaar door fotograferen, met in de winter zelfs als voordeel dat het eerder donker is en dat dus eerder de lampjes aangaan.

Het grootste probleem van zo’n grauwe winterdag is dat je luchten vrijwel wit worden. Als je daar iets meer kleur in zou hebben, zou de foto al enorm opknappen. Natuurlijk maak je er zo niet even een zomerse dag van, maar dat is ook helemaal niet de bedoeling. Het gaat er alleen om dat de foto nét even iets aantrekkelijker wordt, zonder dat de winterse sfeer verandert. Een foto met veel kale bomen (en dus takken) van een andere lucht voorzien lijkt een heidens karwei, maar het is juist vrij simpel. We beginnen met het iets aanzetten van de kleuren, want die zijn op deze foto van een Amsterdamse gracht ook erg flets. De foto werd gemaakt tijdens een test van een nieuwe compact camera, waardoor ik geen Raw-bestand heb. Daarom gebeuren alle bewerkingen in Photoshop. Voeg een aanpassing laag Levendigheid toe (Laag, Nieuwe aanpassing laag, Levendigheid), en zet het gelijknamige schuifje een heel stuk naar rechts. Levendigheid is een soort intelligente kleurverzadiging’, waarbij de verzadiging van niet-verzadigde kleuren wordt verhoogd terwijl kleuren die al verzadigd zijn niet veranderen. Daardoor kun je hier een flink hoge waarde instellen zonder dat de auto’s langs de kant meteen oververzadigd raken. Voeg een nieuwe laag toe, zet de (overvloei) Modus hiervan op Vermenigvuldigen en breng daarin een verloop aan van lichtblauw naar transparant. Omdat je de Dekking van de laag altijd nog kunt verminderen, is het niet erg als de blauwe lucht zodoende een beetje donker uitvalt. We kiezen voor Vermenigvuldigen omdat je daarmee geen nauwkeurig masker voor de boomtakken nodig hebt. Die blijven nu al keurig zichtbaar. Helemaal zonder masker zal het toch niet lukken, maar dat masker hoeft niet ontzettend nauwkeurig te zijn. Selecteer de onderste laag, neem het Toverstafje, zet Aangrenzend uit zodat je ook tussen de takken selecteert en de Tolerantie op 15 en klik in de witte lucht. Dat geeft je een aardige selectie van die lucht. Druk op de 0-toets om naar de Snelmaskermodus te gaan en schilder met een zwart penseel de niet-rode stukjes in de gebouwen en de auto’s weg, want die stukjes moeten buiten de selectie blijven. Druk weer op de Q-toets om terug te gaan naar de normale weergave, selecteer de laag met het blauwe verloop en druk op het Laagmasker toevoegen-knopje beneden in het lagenpalet. Je selectie wordt nu een masker voor die laag. Omdat je rondom de takken nu witte randjes zult zien, moeten we dat masker alleen iets aanpassen. Druk in het paneel Eigenschappen op de knop Masker-rand, zet de Doezelaar op 10 pixels (daardoor worden die randen eerst nog dikker) en zet Rand verschuiven zo veel hoger dat de randen verdwijnen. De laatste restjes, zoals helemaal achteraan op de horizon, kun je altijd nog met een zacht zwart penseel met lage Dekking nabewerken. In dit voorbeeld zou ik ook de Dekking van de laag verminderen (tot 40%), want de blauwe lucht is onnatuurlijk sterk blauw.

Selectief verzadigen

Hoewel er in de winter daadwerkelijk minder kleur is dan in andere jaargetijden (je hebt geen bloemen, geen herfstkleuren en zelfs geen bladeren aan de bomen), zijn veel landschapsscènes niet helemaal kleurloos. Ook ’s winters is er vaak nog wel wat gras, en verdorde bladeren en takken hebben ook nog wel wat kleur. Het is bij grauw weer alleen erg weinig, en daarom zul je het tijdens de nabewerking een beetje moeten accentueren. Het is meestal niet zo’n goed idee om simpelweg klakkeloos de kleurverzadiging van je foto flink te verhogen in Photoshop of in de Raw-converter. Dit verhoogt Oók de verzadiging van koele kleuren als blauw, en dat ziet er snel onnatuurlijk uit. Levendigheid, dat we in de vorige paragraaf gebruikten, is echter vaak weer te subtiel om zo’n landschap meer pit te geven, en bovendien maakt deze variant evenmin onderscheid tussen warme en koude kleuren. Verhoog daarom alleen de verzadiging van specifieke, warme kleuren zoals geel en rood. In Photoshop doe je dat door een aanpassing laag Kleurtoon/verzadiging te maken, en dan niet direct onder het pop-upmenu Origineel het schuifje Verzadiging naar rechts te verplaatsen, maar Gele tinten te kiezen en daarvan de Verzadiging te verhogen. Vervolgens doe je hetzelfde met Rode tinten. Pas op met de kleur groen. Groen wordt ook al wat meer verzadigd als je voor Gele tinten kiest (omdat geel geen hoofdkleur, maar een tussenkleur is), en een te sterke verzadiging van groen geeft een vreemde, bijna fluorescerende kleur gras die erg onnatuurlijk aandoet. Ik heb het effect bij deze foto vrij sterk toegepast, omdat het in druk mogelijk weer deels wegvalt. Overdrijf echter niet. Door bijvoorbeeld de kale bomen blijft het duidelijk dat het om een winterfoto gaat, dus je moet niet willen proberen om er een kleurrijke, zomerse sfeer aan te geven. Het gaat er alleen om dat je een nét iets frissere indruk krijgt – alsof het licht iets beter was dan in werkelijkheid het geval was.

Extra koud

Een tweede mogelijkheid is om juist het effect van koude aan te dikken, onder het motto ‘Ik heb de kou getrotseerd om deze foto te maken, dus dat wil ik weten ook!’ Dan moet juist de kleur blauw domineren, want blauw is een koude kleur. Je kunt dat meteen doen met je witbalans, al dan niet in combinatie met weer wat extra verzadiging van de koele tinten. Ik nam als voorbeeld een foto van twee bomen tussen de weilanden. De automatische witbalans in de camera koos een waarde van 5215 K (Kelvin), een redelijk normale waarde voor een foto met dit type weer. Om de foto een extra ‘koude’ indruk te laten maken, probeerde ik eens wat een (kleur)Temperatuur van 4000 K zou doen. Het resultaat is helemaal niet gek, en geeft inderdaad een typische koude sfeer aan de foto.

Zwart-wit

De Engelse taal heeft een leuke uitdrukking, waar voor zover ik weet geen echt Nederlands equivalent voor is: “If you can’t beat them, join them.” Het betekent natuurlijk dat je niet altijd tegen de stroom in moet proberen te roeien. Ik vind dat een goede filosofie, die zeker ook voor de fotografie geldt. Als je in de winter weinig kleur hebt doordat het grauw weer is, kun je op allerlei manieren proberen om dat beetje kleur dat er nog is te benutten. Zoals we gezien hebben, lukt dat soms ook nog wel redelijk, maar je kunt ook accepteren dat er onvoldoende kleur is en daar juist gebruik van maken. Zet je foto’s gewoon om naar zwart-wit! Juist zo’n winterse boom met kale takken leent zich perfect voor een grafische zwart-witweer-gave. Ik laat je een versie zien die ik met de Nik Silver Efex-plug-in gemaakt heb, gewoon door een van de vele voorinstellingen te kiezen. Daarna kun je uiteraard nog veel verder gaan. Met dergelijke plug-ins kun je niet alleen foto’s omzetten naar zwart-wit, maar ook nog allerlei andere effecten toevoegen, bijvoorbeeld met een plug-in van Topaz die ik zelf soms gebruik.

Als er wel sneeuw ligt en het is bovendien nog een beetje mistig, raak je echt álle kleuren kwijt. Dan is het feitelijk niet eens nodig om de foto’s naar zwart-wit om te zetten. De foto van een besneeuwde boom in een winters landschap is een kleurenfoto, maar je moet erg goed kijken om dat nog te zien! Een witte lucht kan dan ook juist aantrekkelijk zijn, omdat de lucht daardoor beter combineert met het landschap eronder. Kortom: als er sneeuw ligt en het is grauw weer, gebruik die omstandigheden dan om sterk grafische foto’s te maken die bijna zwart-wit worden. In de nabewerking kun je er dan nog voor kiezen om ze echt zwart-wit te maken, maar dat hoeft meestal niet eens.

Sneeuw, rijp, zon

De combinatie van sneeuw en rijp met zonnig ; weer komt helaas niet zo vaak voor. Maar als je het daarmee treft, wordt bijna iedere foto automatisch mooi. Er blijft echter een verschil tussen gewoon registreren dat het landschap prachtig is, en een eigen fotografische interpretatie van dat landschap geven. Maak maximaal gebruik van het licht, bijvoorbeeld door veel met schuin tegenlicht te werken. Een groot voordeel in deze situatie is dat schaduwen eveneens besneeuwd zijn, waardoor ze relatief veel licht weerkaatsen. Daardoor heb je niet snel het probleem dat het contrast te hoog wordt, en kun je in een Raw-converter de schaduwen gemakkelijk een beetje lichter maken zonder dat dit meteen afgestraft wordt met veel ruis. Bedenk dat al het licht dat van de sneeuw weerkaatst vaak de belichtingsmeting voor de gek houdt. Foto’s worden snel een stop te donker als je de camera op automatische belichting zet, dus stel een belichtingscorrectie van plus één stop in. Let wel goed op dat je geen overbelichte sneeuwplekken krijgt, want als witte sneeuw overbelicht raakt, is er vaak meteen geen redden meer aan! Alle kleurkanalen zijn dan overbelicht, waardoor Witte tinten/ Herstel niet meer werkt, óók niet bij een Raw-bestand. Dan heb ik toch liever een foto die een half stopje onderbelicht is: dat corrigeer je gemakkelijk in Raw. Hoewel je in de winter altijd een laagstaande zon hebt, geldt ook dan dat het mooiste licht bij zonsopkomst en zonsondergang is. In dat opzicht is landschapsfotografie in de winter niet anders dan in andere jaargetijden – je hoeft er alleen niet zo vroeg voor uit je bed te komen. Een voordeel is natuurlijk wel dat de zon de hele dag vrij laag aan de horizon staat, zodat er eigenlijk de hele dag sprake is van ideaal licht voor landschapsfotografie. Zonsopkomst en zonsondergang blijven wel de mooiste tijden, maar zelfs midden overdag kun je nog uitstekende foto’s maken, op voorwaarde dat je de lichtrichting goed gebruikt. Zorg dat de zon midden overdag zo veel mogelijk onder een hoek van 90 graden staat, zodat de schaduwen optimaal te zien zijn en relatief lang worden. Ook schuin tegenlicht is perfect, maar dan moet je natuurlijk wel goed opletten dat er geen overstraling ontstaat.

Een specifiek probleem met sneeuwfoto’s onder een blauwe hemel is dat de schaduwen blauw worden. Dat komt doordat er altijd wat licht op de schaduwplekken valt (anders zouden die pikzwart zijn), maar dat is licht vanaf de blauwe lucht. De schaduwen zijn dus écht ook blauw, maar onze hersenen compenseren dat moeiteloos en daarom verwachten we dat op de foto ook zo te zien. Met een hogere witbalans los je dit niet op, want dan wordt de witte sneeuw helemaal geel. De beste remedie is om specifiek de kleurverzadiging van de blauwe kleuren te verlagen, maar natuurlijk alleen in de schaduwen en niet in de lucht. Verschillende Raw-converters hebben daar verschillende methoden voor: in Photoshop kun je het doen door een aanpassing laag Kleurtoon/verzadiging toe te voegen, de Blauwe tinten te kiezen en daar het schuifje Verzadiging een flink stuk lager te zetten. Vervolgens breng je een verloop van zwart (boven) naar wit (onder) aan in het masker van die laag, zodat de lucht zijn blauwe kleur weer terugkrijgt.

Kruiend ijs

Aan het eind van de winter heb je vaak kruiend ijs aan de oostkant van het IJsselmeer. Ook dat is een onderwerp waar je fotografisch heel veel mee kunt doen. Meestal zie ik dat er een groothoek- of standaard-objectief wordt gebruikt, waarmee dan een overzicht van al die brokken ijs wordt vastgelegd. Dat kan best mooie beelden opleveren, maar het zijn wel vaak ook nogal stereotiepe plaatjes. Iedereen maakt min of meer dezelfde foto’s. Neem daarom ook een wat langer brandpunt mee, en fotografeer de ijsbrokken ook eens van onderaf, in tegenlicht of anderszins op een wat apartere manier.

Feestfotografie

Gedempt licht dat ook nog eens snel wisselt. Gasten die alle kanten opstuiven en hun rug naar je toekeren. Of je nou op een bedrijfsfeest, verjaardag of festival bent: als fotograaf moet je van wanten weten. Wij laten zien hoe jij op feesten swingende foto’s kunt maken.

De eigenaar van de feestzaal heeft het licht gedimd voor een lekker sfeertje. De dj draait z’n muziek en baadt de zaal in snel wisselende felle kleuren. De hapjes die zo mooi werden geserveerd, zien er na twee minuten uit als een miniatuurslagveld. Wie zegt dat fotograferen op een feest gemakkelijk is? Ook ais je nog nooit op zo’n gelegenheid hebt gefotografeerd, kun je je wel een beetje voorstellen wat de problemen zijn. De eerste uitdaging is de meestal zeer geringe sfeerverlichting. De tweede is de compositie. Op feesten is het vaak druk, waardoor je al snel rommelige foto’s krijgt.

Licht

De lichtomstandigheden op een feest stellen je voor twee uitdagingen: er is vaak weinig licht en de (wisselende) kleuren brengen de automatische witbalans van de camera snel in de war. De geringe hoeveelheid licht probeer je in eerste instantie op te vangen met de instellingen van de camera. Je kiest een lange sluitertijd, een groot diafragma (klein diafragmagetal) en een hoge iso-waarde. Hierdoor kun je bijna altijd een goed belichte foto maken, hoe slecht het licht ook is.

Maar het gebruik van die uiterste waarden levert problemen op:

  • Een te lange sluitertijd geeft bewogen problemen op; beweging van de mensen of van de camera.
  • Met een te groot diafragma krijg je een te kleine scherptediepte. Zeker als je meerdere mensen in één opname wilt vangen, moet je voldoende scherptediepte hebben om iedereen in focus te krijgen.
  • Een te hoge iso-waarde levert ruis op, die vaak als lelijk wordt ervaren. Bedenk daarbij wel dat er van feestfoto’s zelden grote afdrukken worden gemaakt. Het is dus de kunst om te schipperen tussen deze drie instellingen.

Flitsen

Lukt het met bovenstaande instellingen niet om een goede foto te maken, dan rest één ding: licht toevoegen. je kunt natuurlijk vragen of de tl-verlichting aan mag, maar de kans is klein dat je daar de feestgangers warm voor krijgt. Dus ben je aangewezen op de door velen gevreesde flitser. Deze vrees is overigens geheel onterecht. Mits je de juiste instellingen kiest, hoeft het gebruiken van een flitser geen probleem te zijn. Het lijkt moeilijker dan het is. Bij flitslicht gaat het om de juiste balans tussen het flitslicht en het aanwezige licht. Zodra het flitslicht de overhand krijgt, zijn lelijke platte flitsfoto’s het resultaat. Om de juiste verhouding te krijgen, ga je als volgt te werk:

  • Zet de camera op de manuele stand (M), maar zet de flitser nog niet aan.
  • Stel sluitertijd, diafragma en iso in op een acceptabele waarde, waarbij er op de opname nog redelijk wat van de omgeving te zien is. Als je de camera zó hebt ingesteld dat je een (bijna) zwarte foto hebt, zijn de keuzes niet goed. Het flitslicht zal dan domineren. Van de drie instellingen is de sluitertijd in dit geval het minst belangrijk. Je kunt namelijk een véél langere sluitertijd hanteren dan normaal.
  • Zet nu de flitser aan en laat deze eenvoudigweg in de ttl-stand staan.
  • Met deze instellingen krijg je een goede balans tussen omgevingslicht en flitslicht. Als je sluitertijd aan de lange kant is, zal de korte flitsduur dit compenseren. De duur van de flits wordt als het ware de sluitertijd en zal de beweging ‘bevriezen’ Op deze manier is het zelfs mogelijk om uit de hand een foto te maken met een sluitertijd van bijvoorbeeld een halve seconde.

Niet elk feest heeft hetzelfde licht. In een discotheek is het meestal donkerder dan op een bedrijfsfeestje. Het is dan moeilijk om vuistregels te geven. Maar met een combinatie van iso 800, diafragma 4 en een sluitertijd van 1/30 kom je vaak al een heel eind in de richting. De flitser doet dan de rest.

Witbalans

De witbalans is een heel ander verhaal. Vaak krijg je te maken met verschillende lichtbronnen. Op een vroege receptie tijdens een zomeravond heb je bijvoorbeeld het warme licht van gloeilampen, soms zelfs nog een beetje tl-licht en daglicht. Bij een feestje in een discotheek word je geconfronteerd met verschillende soorten licht in verschillende kleuren. Waarop moet je dan de witbalans van de camera instellen? In dit geval moet je dus zelf een witbalans kiezen. Hierbij is het belangrijk dat je kiest voor de witbalans van het licht dat je onderwerp (vaak een persoon) verlicht. Wordt de persoon voornamelijk door een gloeilamp verlicht, gebruik dan deze instelling voor de witbalans. Staat de persoon in de buurt van een raam met inkomend daglicht, zet de witbalans dan op het zonnetje. Levert jouw flitser het belangrijkste licht? Stel de witbalans dan in op flitslicht. Als de omgeving een andere verlichting heeft, zullen de kleuren van de omgeving niet correct zijn. Maar dat zal niet zo opvallen, zolang jouw onderwerp de juiste kleur heeft. Je zult nu eenmaal keuzes moeten maken bij lichtbronnen met verschillende kleurtemperaturen. Pas op met flitslicht. Dat heeft doorgaans een kleurtemperatuur van 5000 kelvin, net als daglicht midden op de dag. In verhouding tot het meestal warme licht op een feest is flitslicht vrij koel. Wanneer je iemand flitst, terwijl de mensen eromheen worden verlicht door kaarslicht, verschillen de gezichten nogal in kleurtemperatuur. Dat is meestal niet fraai. Je kunt het verhelpen door de kleurtemperatuur van je flitser te veranderen met filters. Deze zijn relatief goedkoop en in verschillende kleuren te verkrijgen.

Objectief

De keuze voor het objectief hangt af van je stijl. Meestal is een beetje lichtsterke standaardzoom een goede keus. Daarmee kun je zowel een mooi portret maken van dichtbij als een overzichtsfoto in de groothoekstand. Als het fotograferen van een afstandje meer jouw stijl is, ben je misschien beter af met meer telebereik. De lichtsterkte wordt dan belangrijker, omdat je met een langere brandpuntsafstand ook kortere sluitertijden nodig hebt. Als je graag foto’s maakt waarbij de kijker het gevoel krijgt midden in het feest te zijn, kruip dan zo dicht mogelijk op je onderwerp en fotografeer met een groothoek. Een wijdere beeldhoek dan een standaardzoom kan dan prettig zijn. Probeer bij zo’n groothoek te vermijden dat je mensen aan de zijkant in beeld neemt. Met de vervorming van hun lichaam of hoofd zullen de meesten niet zo blij zijn. Voor portretten kun je sowieso in het algemeen beter een stapje terug doen en iets meer inzoomen. Je krijgt dan minder vervorming.

Compositie

Op feesten is het vaak druk, waardoor je al snel rommelige foto’s krijgt. Te veel onderwerpen in één opname levert zelden een mooie plaat op. Door mensen te isoleren krijg je vaak aantrekkelijkere foto’s. Dit kun je op verschillende manieren doen:

  • Met een lange brandpuntsafstand en groot diafragma kun je een portret van één of enkele personen mooi vrij maken van de omgeving.
  • Met een groothoek geef je onderwerpen dicht bij de camera groter weer clan onderwerpen die ver weg zijn. Door met een groothoek dicht op je onderwerp te fotograferen, maak je de achtergrond dus minder prominent.
  • Ook met flitslicht kun je mensen isoleren. Met een kortere sluitertijd wordt de omgeving donkerder, waardoor het onderwerp er meer uitspringt.

Daarnaast heb je bij sommige feesten het probleem dat je van veel mensen alleen de rug te zien krijgt. Het is afhankelijk van je stijl of je alleen registreert of ook regisseert. Als je niet bang bent om mensen aan te sturen, kun je vragen of een groepje vrienden wil poseren. Je kunt ze dan bijvoorbeeld net even iets draaien, zodat je achtergrond rustiger wordt. Of je vraagt ze om iets dichter bij elkaar te gaan staan, zodat jij ook dichterbij kunt komen. Over het algemeen zullen mensen op een feest eerder geneigd zijn om te poseren dan in andere situaties. Sterker nog: vaak zal het initiatief om te poseren juist van de feestgangers komen. Houd daarbij in gedachten dat groepsfoto’s het beste werken bij twee of drie personen. Als je mensen niet laat poseren, moet je het vaak doen met wat je voor je camera krijgt. De kunst is om uit dat rommelige geheel toch beelden met een leuke compositie te halen. Daarvoor moet je oefenen én snel kunnen reageren.

Observeer

Als fotograaf is het jouw taak om mooie herinneringen aan het evenement te vereeuwigen. Daarom is het goed om de hele tijd alert te blijven en zelf niet te veel in het feestgedruis op te gaan. Er zullen zich altijd momenten voordoen die bijzonder zijn om te fotograferen. Een klein groepje mensen dat het uitschatert van het lachen. Mensen die bijzondere moves uitvoeren op de dansvloer. Vrienden die een toost uitbrengen. Schalen met lekkere hapjes die worden geserveerd. Zorg ervoor dat je deze momenten niet mist!

Blijf daarbij ook alert op je eigen lichaamstaal. De té serieuze fotograaf, wiens gezicht altijd verborgen is achter de camera, krijgt minder spontane platen dan de fotograaf die duidelijk plezier uitstraalt en meer onderdeel van het feest is.

Creatief

Als er één gelegenheid is om naar hartenlust te experimenteren met creatieve beelden, is het wel op een feest. Wees niet bang om gekke dingen te doen. Houd je camera schuin voor dynamische effecten. Neem een hoog of juist laag standpunt in. Wissel af tussen portretten en overzichtsfoto’s. Feestfotografie kent maar weinig regels, experimenteer dus veel. Omdat er meestal veel foto’s worden gemaakt, is de afwisseling van perspectieven aangenaam voor de kijker. De regels die er wél zijn, zijn belangrijk om in acht te nemen, zoals geen mensen te fotograferen die eten in hun mond stoppen. En: als mensen zitten, maak dan portretten. Bij staande mensen kun je het beeld wat ruimer nemen.

Emotie

Wat was jouw laatste feest? Het laatste feest waarbij je zelf feestganger was? Welk feest van de laatste jaren herinner je je? En wat herinner je je van dat feest? Negen van de tien keer zal het antwoord iets te maken hebben met een emotie of een gevoel. Het super gezellige feest met vrienden die je al jaren niet meer had gezien. De tranen van oma die op haar vijftigjarige bruiloft het cadeau van haar achterkleinkinderen kreeg. Of dat dansfeest waarbij je helemaal uit je dak ging op die meeslepende muziek. Herinneringen zijn vaak gebaseerd op emoties en gevoelens. Focus je dus op emoties en uitingen van mensen. Het zijn juist deze elementen die je in je beelden moet zien te vangen.

Voorbereiden

Zorg dat je vroeg aanwezig bent, zodat je tijd hebt om jezelf voor te bereiden. je kunt alvast testopnamen met de instellingen van camera en flitser maken. je kunt kijken welke witbalans voor dit feest de beste is. Ook kun je de locatie verkennen voordat de mensen aanwezig zijn. je hebt dan vaak een beter overzicht en je kunt bepalen waar je bijzondere standpunten kunt innemen. Als je vroeg aanwezig bent, kun je ook detailopnamen maken die mooi in de reportage passen. Denk aan schalen met hapjes, die dan nog geheel gevuld zijn. Misschien kun je zelfs mooie detailopnamen maken van het bereiden van het eten. Zoals bij elke tak van fotografie, geldt dat oefening de meester maakt. Je zult dus veel moeten fotograferen om het onder de knie te krijgen. Gelukkig zijn er altijd wel feestelijkheden om te oefenen. Dus is er een feestje waar je als gast heen gaat? Neem dan de camera mee en oefen een halt uurtje. je zult zien dat jouw vaardigheden snel vooruitgaan. Feest-fotografie is niet gemakkelijk, maar je kunt er wel heel veel plezier aan beleven!

 

Water

Stilstaand of stromend

Water is de belangrijkste chemische verbinding op aarde. Zonder water zou er geen leven zijn. Ook fotografisch is water een uniek onderwerp, door zijn beweging en door de reflectie van het licht. Hoe leg je dat allemaal vast in een stilstaand beeld?

Als er op aarde geen water was geweest, zou er ook nooit leven zijn ontstaan. Zeker in Nederland weten we dat leven met water lastig kan zijn, maar leven zonder water is onmogelijk. Ook in de fotografie is water alomtegenwoordig. Vroeger hadden we water nodig voor het oplossen van de ontwikkelaar en de fixeer voor films en de afdrukken. Na afloop moest je goed spoelen – ook weer met water natuurlijk -om geen bruine vlekken te krijgen.

Tegenwoordig gaat het een beetje subtieler, maar ook anno nu zou fotografie zonder enig watergebruik een lastige zaak worden. Zo gebruiken we bijvoorbeeld meestal inkt op waterbasis om onze afdrukken te maken. Als onderwerp voor onze foto’s is water eveneens veelzijdig. Stilstaand water kan prachtige reflecties opleveren. Stromend water biedt weer andere mogelijkheden, al dan niet in combinatie met een relatief lange sluitertijd. En als je hele lange sluitertijden gebruikt, geeft bewegend water weer een compleet ander effect. Zoeken we de randen van het begrip ‘water’ op, dan komen we enerzijds uit bij meteorologische verschijnselen als regen en mist, en anderzijds bij bevroren water in de vorm van ijs en sneeuw. Zeker dat laatste is fotografisch weer een verhaal op zich. Kortom: het begrip ‘fotograferen van water’ kunnen we zo breed invullen als we zelf willen.

Regen

Laten we beginnen met fotografie waarbij water wel aanwezig is, maar meestal niet het hoofdonderwerp van de foto vormt: regen. Fotograferen tijdens de regen is geen populaire tak van sport. De meeste mensen hebben een hekel aan nat worden (althans als ze gekleed zijn), en fotografen zijn ook maar mensen. Daarnaast zijn veel camera’s en objectieven niet waterdicht, waardoor je het risico loopt dat je dure apparatuur onbruikbaar wordt.

Toch kun je wel degelijk tijdens de regen fotograferen, mits je maar een paar eenvoudige voorzorgsmaatregelen neemt om je spullen (en jezelf) droog te houden. Je zou bijvoorbeeld een paraplu kunnen gebruiken. Het enige probleem is dat je daarvoor eigenlijk een derde arm nodig hebt. Als je het niet erg vindt om zelf een beetje nat te worden, is de oplossing heel simpel. Met een statiefklem kun je een paraplu boven je statief monteren, zodat je apparatuur in ieder geval droog blijft.

Ik heb ook wel eens een paraplu gezien die als een hoed op je hoofd wordt gedragen. Dat is een prima oplossing voor als je toch liever uit de hand fotografeert. Een andere oplossing is om binnen te blijven en door een open raam naar buiten te fotograferen. Dat kan vanuit een gebouw zijn, of vanaf een veranda van een gebouw, maar dan ben je natuurlijk beperkt tot wat er in de directe omgeving van dat gebouw te zien is. Een oplossing die meer flexibiliteit geeft, is om vanuit een auto te fotograferen.

Let op hoe je de auto parkeert. Zorg dat de wind van achteren komt, zodat het niet inregent zodra je het raampje opent. Bij een vierdeursauto is het vaak net iets makkelijker om een raampje achterin te openen zonder dat het inregent. Veel auto’s zijn namelijk een beetje afgerond om de stroom lijn te verbeteren, waardoor de ramen van de voordeuren enigszins naar boven lopen. De enige vraag is nog waaróm je in de regen zou willen fotograferen. Bij tropische regenbuien is het antwoord op die vraag eenvoudig. Dan is de regen een onderwerp op zich, zo spectaculair kan een dergelijke regenbui zijn. Fotograferen onder een paraplu is dan vrijwel uitgesloten, maar van onder een afdak of door het open raam kun je hele spectaculaire foto’s maken. Gebruik een iets langere sluitertijd, zodat de beweging van het vattende water wordt geaccentueerd, en fotografeer met een relatief lange brandpuntsafstand als het je echt om de spectaculaire regenval zelf gaat. Dat klinkt misschien gek, maar daar is een goede reden voor. Hoe langer je brandpuntsafstand, als het je echt om de spectaculaire regenval gaat. Dat klinkt misschien gek, maar daar is een goede reden voor. Hoe langer je brandpuntafstand, hoe verder weg je ‘automatisch’ meestal fotografeert. Bij een groothoekfoto zijn de eerste paar meters het belangrijkste deel van een foto; bij een langere brandpuntsafstand bevindt het belangrijkste stuk van de foto zich al snel op enkele tientallen meters afstand. Daardoor krijg je ook een dikkere kolom regendruppels tussen de camera en dat belangrijkste stuk in de foto, waardoor de regenbui extra zwaar wordt aangezet.

Meestal zal de regen niet zo heftig zijn dat die een onderwerp op zich vormt, maar als het licht regent, kan dat wel zorgen voor een bepaalde sfeer in de foto. Dat geldt vooral als het wisselend bewolkt en buiig is, want dan heb je aan de rand van een bui vaak mooi licht, met soms ook een regenboog. Regen is ook een goed moment om eens in het bos te gaan kijken. Natte bladeren hebben een veel intensere kleur dan droge bladeren, waardoor een nat bos fotografisch erg mooi is. Lichte regen geeft bovendien een mystieke sfeer, doordat het de bomen op de achtergrond vervaagt. Het enige wat je normaal gesproken niet wilt, is dat al die bladeren vlekken van lichtreflecties gaan vertonen. Door op een grauwe, regenachtige dag het bos in te gaan, voorkom je dit al voor een groot deel, maar daarnaast moet je een polarisatiefilter gebruiken om er helemaal zeker van te zijn dat je geen ongewenste reflecties krijgt.

Stilstaand water

Stilstaand water kan prachtige reflecties laten zien, waarbij uiteraard geldt dat hoe minder wind je hebt, hoe scherper die reflecties worden. Als het echt windstil is, kun je soms reflecties krijgen die nauwelijks meer van het origineel te onderscheiden zijn Een lastige vraag is altijd hoe je dit in beeld zet Ga je voor de symmetrie in het beeld, dan zou je de waterlijn precies in het midden van de foto moeten zetten, zodat het onderwerp en zijn reflectie precies evenveel ruimte in beeld krijgen. Beschouw je de waterlijn als een compositorisch belangrijke lijn, dan zou je die lijn juist niet in het midden van de foto moeten plaatsen, maar op een derde van boven (zodat de reflectie twee derde van het beeld in beslag neemt) of op een derde van onderen.

Een duidelijke ‘regel’ is hier niet voor: het is een kwestie van smaak. Mijn eigen insteek is dat ik kijk in hoeverre er sprake is van echte symmetrie. Dat heeft enerzijds te maken met hoe windstil het was, maar ook met het camerastandpunt dat ik heb gekozen. Door de camera hoger of lager te plaatsen, vervorm je de reflectie ten opzichte van het origineel en kun je dus meer of juist minder symmetrie aanbrengen. Probeer ik een zo symmetrisch mogelijk beeld te maken, dan zet ik de waterlijn ook in het midden van de foto om dat te benadrukken. Als de symmetrie minder sterk is, of je verstoort bewust de symmetrie door bijvoorbeeld aan de onderkant van de foto nog een stukje voorgrond mee te nemen dat niets met de reflectie van doen heeft, dan is het minder logisch om de waterlijn in het midden te plaatsen. De zonsopkomst die ik fotografeerde in Glacier National Park (dezelfde plek als bij de foto met perfecte symmetrie) is daar een mooi voorbeeld van. Ik hoopte weer op een perfecte reflectie van de berg in het meer, maar ditmaal gooide de wind roet in het eten. Daarom besloot ik om de foto anders te maken. Ik nam een dode boomstronk op de voorgrond op om de (anders te lege) ruimte in te vullen, en kon vervolgens de waterlijn veel hoger in beeld zetten.

Stilstaand water beweegt vaak toch nog wel een beetje als gevolg van wat wind, zelfs als je in een windstil hoekje zit. Golfjes kunnen immers elders ontstaan door wind, en dan ook in die windstille hoek doordringen. In zo’n situatie kun je met een hele lange sluitertijd een bijzonder effect creëren. We praten dan wel over sluitertijden van minimaal één seconde, dus dat lukt je niet meer door gewoon een klein diafragma in te stellen. Gebruik een neutraal griisfilter om het licht te verminderen. De sterkte van zo’n filter wordt meestal uitgedrukt in ND-waarden, bijvoorbeeld ND8 (er bestaan echter ook andere noteringen). Dat betekent dat zo’n filter 1/8 van het licht doorlaat (drie stops lichtverlies). Dus als de foto zonder filter bijvoorbeeld 1/30 seconde bij F8 zou vergen, dan wordt het met filter 114 seconde bij F8. Twee van die filters op elkaar (of een ND64-filter) geeft een sluitertijd van twee seconden. Dat is voldoende om de beweging in het water ‘uit te smeren’, waardoor er een dromerig effect ontstaat.

Werken met zware ND-fitters

Omdat zo’n donker ND-filter zo veel licht opslokt, kun je het niet gebruiken op de manier zoals je de meeste andere filters gebruikt. Meestal schroef je een filter gewoon op het objectief en ga je vervolgens aan de slag alsof er geen filter is. Je ziet daardoor meteen het effect van het filter (met name belangrijk bij een polarisatiefilter), en de camera compenseert automatisch de lichtvermindering die het filter veroorzaakt. Een ND64-grijsfilter is echter zo donker dat dit niet meer kan. De autofocus zou niet meer werken, en je zou bij een optische zoeker niet eens meer zien hoe je het beeld moet inkaderen. En bij sommige camera’s komt de belichting ook op de grens van wat de ingebouwde lichtmeter nog accuraat kan meten, zodat je evenmin de automatische belichting kunt gebruiken. De beste werkwijze is dan als volgt: plaats het filter nog niet op het objectief. Zet je camera op statief en regel zowel de belichting als de scherpstelling handmatig. Meet de belichting zonder filter. Schroef dan pas het filter op het objectief, verander de gemeten sluitertijd zodat die zes stops langer wordt (bij gebruik van een ND64-filter) en maak vervolgens de foto.

Golven

De zee met zijn golven is een prachtig schouwspel, dat ook fraaie fotografische mogelijkheden biedt. Aan de Nederlandse kust zijn de golven meestal niet zo hoog, omdat die alleen over de Noordzee komen aanrollen. Bovendien loopt de bodem aan onze kust heel flauw op, waardoor de golven niet zo sterk worden opgestuwd. Voor hoge golven moet je naar een oceaankust. Rotskusten of kusten van vulkanische eilanden zijn daarbij extra interessant, omdat je daar soms een inham hebt die het water heel sterk kan opstuwen. Zelfs zonder windkracht twaalf kunnen daar dan hele spectaculaire fonteinen ontstaan. Fotografeer zo’n schouwspel met een teleobjectief van veilige afstand. Dat is beter voor je eigen veiligheid, en ook voor die van de apparatuur. Een onstuimige zee kan heel verraderlijk zijn! Als je door een verrassend hoge golf van de sokken wordt gespoeld op een rotskust, kan dat fataal uitpakken. Daarnaast is het opspattende zoute zeewater ook niet echt heilzaam voor je camera en je objectieven. Gebruik een korte sluitertijd om de opspattende waterdruppels scherp te houden, bijvoorbeeld 1/500 of 1/1000 seconde. Dat betekent soms dat je een wat hogere ISO-waarde moet gebruiken, maar vaak valt dat wel mee. Je fotografeert immers wit water en daar wil je voldoende door-tekening in houden, dus zelfs op een redelijk sombere dag heb je meestal geen extreem hoge ISO-waarden nodig. Uiteraard kun je ook precies het omgekeerde effect nastreven, waarbij de beweging van de golven en het opspattende water weer worden ‘uitgesmeerd’ door het gebruik van een lange sluitertijd met behulp van een ND-filter. Dat kan ook prima aan de Nederlandse kust, want dan is een rustige zee zelfs beter dan een woeste zee met torenhoge golven.

Afhankelijk van hoelang die sluitertijd is, kun je allerlei patronen maken van stromend water rondom obstakels zoals rotsblokken bij strekdammen, of kun je echt alles helemaal glad vegen. Om stromingspatronen te maken, heb je een sluitertijd nodig van zo rond de één seconde. Je ziet de golven dan vaak ook nog wel een beetje, maar als vage banden. Als je het water echt helemaal wilt laten uitvloeien, moet je aan sluitertijden van tien seconden of langer denken.

Rivieren en watervallen Ten slotte hebben we dan nog beekjes, rivieren en watervallen. Een beekje of rivier wordt in de landschapsfotografie vaak als onderdeel van het landschap gefotografeerd, bijvoorbeeld om zo de bekende ‘invoerende lijn’ in de foto te maken. Maar het kan natuurlijk ook je hoofdonderwerp worden, zeker als het een woest stromende rivier betreft. Meestal fotograferen we in zo’n situatie een flink stuk van de rivier, met misschien een oever. Denk echter ook eens aan een close-up van een stukje stroomversnelling (met een teleobjectief uiteraard): dat kan fraaie patronen geven. Speel ook eens met een zeer korte of juist extreem lange sluitertijd om te kijken wat dit doet voor de patronen. Ook bij watervallen kun je heel verschillende foto’s maken door de sluitertijd te variëren. Meestal vinden we een hele korte sluitertijd niet zo mooi, omdat dit het effect geeft alsof de waterval bevroren is. We willen iets van het vallen van het water zien, ook als we niet meteen op het bekende ‘engelenhaareffect’ uit zijn. De beste sluitertijd is mede afhankelijk van de hoogte van de waterval. Als je een foto maakt van de hoogste waterval ter wereld (Angel Falls, Venezuela, ongeveer één kilometer hoog) en je zet de hele waterval op de foto, dan heb je uiteraard een duidelijk langere sluitertijd nodig dan wanneer je een vergelijkbare foto maakt van een watervalletje van een meter hoog. In het tweede voorbeeld valt het water immers veel sneller

van boven naar beneden in je foto. Voor de gemiddelde waterval is 1/125 seconde een mooie tijd, terwijl je met sluitertijden van rond een seconde dat ‘engelenhaar’ krijgt. Ook daarvoor geldt natuurlijk weer dat je dit sneller ziet bij een close-up van een klein watervalletje dan als je een zeer grote waterval in zijn geheel in beeld zet. Bij de foto die ik in Hawaii nam van een watervalletje van ongeveer een meter hoog, was twee seconden voldoende om dat effect te creëren. Om van Angel Falls een ‘Angelhair Falls’ te maken, zal de sluitertijd zeker tien seconden moeten zijn, schat ik. Een heel bijzonder effect kun je realiseren door twee verschillende sluitertijden te combineren. Fotografeer van statief en maak een foto met een belichtingstijd van bijvoorbeeld 1/125 seconde plus eenzelfde foto met een belichtingstijd van pakweg twee seconden. Laad beide foto’s als lagen in Photoshop en laat Photoshop ze voor de zekerheid nog even uitlijnen. Vervolgens kun je met de Dekking van de bovenste laag gaan spelen, om zo de onderste foto door de bovenste heen te laten schijnen. Op plaatsen waar geen water is, zie je geen verschil. Daar zijn de foto’s identiek, dus maakt het ook niet uit of je de bovenste dan wel de onderste foto ziet. Maar in het stromende water kun je nu een effect laten ontstaan waarbij je ‘engelenhaar’ ziet, maar daardoorheen ook weer min of meer scherpe spetters. Zo kun je een klein beetje structuur terugbrengen in het ‘engelenhaar’, en dat oogt toch anders dan een foto met een sluitertijd ertussenin. Een andere methode is om de Overvloei-modus van de bovenste laag te veranderen in Lichter. Dan laat Photoshop van beide lagen steeds de lichtste pixels zien, dus dan zie je dat de fel witte spetters uit de onderste laag door de bovenste laag heen gaan komen. Het effect is duidelijk anders dan bij vermindering van de Dekking, dus probeer dat zeker ook eens uit. Bij deze foto’s vond ik het minder fraai uitpakken, vandaar dat ik het verder niet laat zien.

Geboortefotografie

In Amerika is het al een echte trend, en ook in Nederland krijgt het voet aan de grond: het vastleggen van een geboorte.

Met fotografie leg je de belangrijkste gebeurtenissen in je leven vast: verjaardagen, huwelijken, zwangerschap en nog veel meer momenten waarvan je de herinnering nooit wilt laten verwateren. Waarom slaan we dan het eerste moment in een mensenleven over: de geboorte van een kind? Dat was ook iets dat Marry Fermont zich afvroeg. Als student-verloskundige zag ze het geluk en de spanning van de ouders. Ze wist dat ze dit op de gevoelige plaat kon vastleggen. Wat research op het internet bevestigde haar vermoeden: in Amerika is geboortefotografie reeds ingeburgerd. Dit in tegenstelling tot de lage landen. Marry zag voor zichzelf de kans om te pionieren en dit taboe te doorbreken, en met succes.

Fan van bevallingen

“Ik ben echt een fan van bevallingen! Ik vind het een heel mooie gebeurtenis. En dat is het natuurlijk ook. Jammer genoeg word je door de verhalen die je hoort in onder andere de media bang gemaakt om te bevallen. Je hoort vaak wat er mis kan gaan, maar het gaat natuurlijk veel vaker goed. Ik wil die pracht laten zien, zonder het mooier te maken dan het is. Ik fotografeer gewoon hoe het is.” Marry vergelijkt geboortefotografie ook wel met bruidsfotografie. Het ring-moment vervang je door het doorknippen van de navelstreng en het boeket gooien is de eerste keer de baby zien. Een bevalling is echter een erg intiem, persoonlijk moment. Veel mensen zijn wat terughoudend om er een fotograaf bij te halen. “Belangrijk is dat vrouwen weten dat ik ze er zo mooi mogelijk opzet. Dus geen portretten als ze aan het persen zijn bijvoorbeeld, of wijdbeens (behalve als ze dat wil, natuurlijk). Ik maak foto’s van de goeie kant, om het maar zo te zeggen.” Marry legt het hele proces van de geboorte vast. Dat begint al vroeg tijdens de bevalling. “Ik probeer zo snel mogelijk aanwezig te zijn, het liefst voordat, of op het moment dat de ontsluiting vijf centimeter is. Op deze manier probeer ik ook een stuk van de weeën vast te leggen. Zo komt de vrouw ook niet alleen puffend op de foto. Wat dat betreft denk ik vanuit de vrouw: hoe wil ze graag op de foto? En hoe niet? Er zijn subtiele manieren om de weeën en het persen vast te leggen: een koud washandje bijvoorbeeld, of de man die haar rug masseert. Op die manier zie je wel dat er een strijd wordt geleverd, maar zonder vervelende portretten. Daarbij gebruik ik graag een groot diafragma. Zo leg ik de aandacht op een bepaald onderwerp, en gaan letterlijk en figuurlijk alle scherpe randjes van een foto af: van de vrouw, van het bloed, van het proces.” Dan het moment van de geboorte zelf: de eerste kennismaking met de moeder. “Dat doe ik bewust zwartwit, want alles wat je glimmend ziet op de foto is bloed en slijm. Een zwart-witfoto maakt het romantischer, minder hard. In kleur word je zo getrokken naar de kleuren!” Na de bevalling volgen de eerste controles: het wegen, de loop reflex, de grijpreflex, enzovoort. “Bij een keizersnede in het ziekenhuis zijn dat dingen die een moeder allemaal mist. Die zijn dan extra leuk om vastgelegd te hebben. Al heb je geen keizersnede gehad, dan nog kan het zijn dat de kamer zo is ingericht dat je er als moeder niets van meekrijgt. De moeder is ook vooral moe en blij dat het voorbij is!”

Kletsen, tv kijken, bevallen

Een veelgehoord reactie op het werk van Marry is: een bevalling is zo intiem, dat wil je toch met z’n tweeën doen. “Nou, zeker als je in het ziekenhuis bevalt is dat niet zo intiem als mensen denken. Aan de lopende band komen er verpleegkundigen hoe het met je gaat. Negen van de tien keer lukt het niet om binnen één dienst te bevallen. Dan gaat iedereen weg en komt de volgende horde artsen. De één doet iets in je infuus, een ander komt even voelen, dan krijg je een assistent-arts of een stagiaire aan je bed: mag die ook even voelen? Zo komt het dat ik het rustgevende punt word in het geheel, omdat ik continu aanwezig ben.” Ook Marry’s kennis van verloskunde geeft haar een bepaalde meerwaarde. “Ik merk vaak dat de aanstaande ouders achterblijven met vragen wanneer een arts de kamer binnenkomt, uitleg geeft en weer weggaat. Wat is er nou precies verteld, en wat houdt dat in? Mensen vragen dan vaak dingen aan me, omdat ze weten dat ik die ervaring heb. Ik geef nooit nieuwe informatie, dat laat ik aan de artsen over, maar ik leg wel veel uit. Dat wordt altijd erg gewaardeerd.” Vaak zijn mensen zich amper bewust van Marry’s aanwezigheid. Dat verschilt ook per bevalling. “Bij een natuurlijke bevalling wordt weinig gepraat. De man is dan bezig met het coachen van zijn vrouw. Achteraf zeggen ze allebei dat ze me nauwelijks hebben opgemerkt. Bij een ruggenprik, tja, dan is het heel Je kunt rustig kletsen, televisie anders.  kijken, je hebt gewone gesprekken. Niet eens over de bevalling, maar gewoon over koetjes en kalfjes, tot het moment van tien centimeter ontsluiting is aangebroken. Tegen de tijd dat het kindje er eenmaal is heeft helemaal niemand meer oog voor me.”

In de krant en op tv Bij een bruiloft wordt alles gepland: een fotograaf, vervoer, een jurk, de receptie. Als je zwanger bent is het regelen van een fotograaf niet het eerste waar je aan denkt. Het zou gemeengoed moeten worden: je hebt een maxi-cosi nodig, een babykamer, en een bevallingsfoto-graaf. Marry: “In het begin benaderden mensen me vaak pas op het laatste moment. Nu wordt dat steeds eerder. Ik krijg wel eens mailtjes dat vrouwen net zwanger zijn, na de eerste echo, zodat er wat verder vooruit gepland kan worden.” Nu de media aandacht schenkt aan het genre, groeit de bekendheid. Zo stond Marry al eerder in de krant en is ze bij EditieNL geweest. Daarop volgden best wat mailtjes van fotografen die het ook willen proberen. ‘Hoe heb je dit of dat aangepakt?’ Hoe staat Marry daar tegenover? “Vroeg of laat zullen er concurrenten bijkomen. Dat is ook wel gunstig. Dan hoef ik niet meer alleen te werken aan naamsbekendheid voor het genre. Daarnaast zou een back-up fotograaf zo fijn zijn! Nu pas ik mijn leven aan op mijn werk. Ik ga nooit ver weg, en zelfs als ik in de sauna zit weten ze me te vinden. Dit genre is echt een aanslag op je sociale leven. Wellicht is dat ook een reden dat er nog niet zo veel geboorte-fotografen zijn. Je kunt het nauwelijks met iets anders combineren. Bovendien worden kinderen meestal ’s nachts geboren. Dan ben je de dag erop niets waard. Maar het is zó mooi om te doen!” glundert ze.

Professionele instelling Ook bij medici is geboortefotografie vaak nog onbekend. “Artsen zijn niet altijd happig op mijn aanwezigheid. Waarschijnlijk denken de artsen dat ik telkens in de weg sta.” Marry adviseert voor mensen die ook geboortefotografie willen proberen: ga eens bij een bevalling in de hoek op een stoel zitten en kijk het allemaal aan. Ook al kun je tegen bloed en heb je operaties gezien op televisie, het is anders om er bij te zijn Marry’s ervaringen: “Het feit dat ik verloskunde heb gestudeerd opent wel wat deuren. De arts hoeft niet alles voor me uit te leggen of te vertellen waarom ze iets doen.” Een andere reden waarom artsen niet happig zijn op Marry’s aanwezigheid, is dat ze niet zomaar op het internet willen verschijnen en dat is natuurlijk begrijpelijk. Zorg daarom voor mailadressen, vraag toestemming als je de foto’s wilt gebruiken en stuur een linkje als de foto’s online staan. “Naarmate ik bekender word is het wel makkelijker geworden. Laatst was ik in Nieuwegein, bij een ziekenhuis-bevalling. Ik kwam precies op het moment dat de ruggenprik werd gezet. Dan kom je op een onhandig moment binnen. Ik werd de personeelskamer gewezen voor een kopje koffie, tot de prik gezet was. Toen ik daar zat kwam er iemand binnen. Zij merkte op: ‘wat heb jij een grote camera bij je!’ Ik vertelde haar dat ik een geboorte kwam fotograferen. ‘0, ik heb over jou in de krant gelezen, je artikel heeft hier heel erg lang gelegen! We hebben ons de hele tijd afgevraagd: ‘Wanneer zou ze eens bij ons komen?’ Dat vond ik zo tof! Ze wist zelfs dat ik uit Middelburg kwam!”

Bevallen is topsport

Iedere geboorte is een soort georganiseerd chaos. Iedere bevalling is ook anders. De ene keer duurt het uren, in het andere uiterste is het voorbij in een zucht en een steun. “Als je binnenkomt bij het persen en je wilt toch nog even een stukje van de voorgeschiedenis laten zien, dan moet je heel snel zijn. Alle details, de sfeerbeelden, het CTG-apparaat, een ballende vuist, daar heb je niet meer rustig de tijd voor. Het is de kunst om zo geruisloos mogelijk te werk te gaan. Hebben mensen er toch last van, dan kunnen ze dat altijd aangeven. Dat vertel ik ze ook in het kennismakingsgesprek. Als de baby er dan is, dan ziet niemand je meer.”

Interieurfotografie

  1. Vermijd mensen

Denk na over het nut van mensen in je foto’s. Door de aanwezigheid van mensen kan er een bepaalde sfeer neergezet worden, maar de beste interieurfoto’s danken hun succes aan het ontbreken van het menselijke element. Hierdoor kan de toeschouwer zichzelf namelijk in het interieur visualiseren.

  1. Kaderen

Houd je ogen open voor aanwezige kaders in je compositie. Binnenshuis zijn er nogal wat deurposten, kozijnen en ramen aanwezig. Maak hier gebruik van om een extra dimensie aan je compositie mee te geven.

  1. Natuurlijk licht

Werk zo veel mogelijk met het aanwezige licht. Schroef indien nodig de ISO-waarde omhoog om de sluitertijd te versnellen en open je diafragma om meer licht toe te laten. Gebruik ramen als een hoofdonderwerp, of om je hoofdonderwerp te belichten.

  1. De ISO omhoog

De grootste uitdaging bij binnenshuis fotograferen is het licht, of beter: het gebrek daaraan. Leer daarom je camera goed kennen. Weet hoe je de ISO in kunt zetten om dit probleem op te heffen. Heeft je camera een goede ruisbeheersing? Gebruik dan ISO 800 of hoger.

  1. Gebruik je flitser

Als de situatie het toelaat kun je gebruik maken van je flitser. Controleer wel of dit toegestaan is, want zeker in musea of kerken is dit vaak niet het geval. Door gebruik de maken van je flitser kun je je onderwerp oplichten. Het is bovendien makkelijker een losse flitser mee te nemen dan een statief.

  1. Herhaling

Zoek altijd naar herhaling, het is een krachtig middel. In parkeergarages heb je sterke herhaling in de pilaren, die veel diepte toevoegen aan je beeld. Patronen en herhalende elementen kunnen de afmetingen en schaal versterken en je kijker de foto intrekken.

  1. Groothoek

Groothoeklenzen komen echt tot hun recht in interieurfotografie. Hiermee kun je meer details en informatie vastleggen dan met andere lenzen. Deze foto, waar een Duitse kerk te zien is, is genomen bij 28mm met een Panasonic Lumix FZ18, waarna de foto in Photoshop Elements 7 bewerkt is.

  1. Kijkhoek

Welke kijkhoek zorgt voor de krachtigste compositie? Omhoog fotograferen werkt erg goed bij zuilen, galerijen en trappenhuizen. Hierdoor krijg je een enorme dieptewerking in je foto.

  1. Panorama’s

Interieurfoto’s hebben er vaak baat bij wanneer je zo veel mogelijk laat zien. Maak dus gebruik van een extreme groothoeklens of maak een aantal foto’s die je samenvoegt tot panorama. Je kunt er zelfs voor kiezen om een 360-graden panorama te maken.

  1. Rechte lijnen

Als je een foto maakt waarin rechte lijnen voorkomen, zorg er dan voor dat ze ook echt recht zijn. Wellicht moet je achteraf een beeldbewerking programma gebruiken om ze te corrigeren. Groothoeklenzen brengen namelijk de nodige tonvervormingen met zich mee.

  1. En er was licht

Soms kan het weinige licht hét aandachtspunt zijn van je foto. Het beetje licht in dit verlaten pand zorgde voor een uniek fotomoment.

 

  1. Perspectief-beheersing

Van bovenaf fotograferen kan er voor zorgen dat voorwerpen en mensen er als speelgoedmodellen uitzien. De compositie rechts krijgt bijvoorbeeld extra kracht als je ziet dat er aan ieder bureau iemand zit te werken.

  1. Zorg voor kleur

Let op kleurrijke elementen. Interieurs kunnen anders een grijs en saai uiterlijk krijgen. Glas-in-loodramen zijn een mooi en kleurrijk element en als je de weerspiegeling ervan ziet op de vloer zorgt dit voor een extra dimensie.

  1. De regels blijven bestaan

Elementen op de voorgrond zijn sfeerbepalend en vormen een herkenningspunt in de locatie. Zorg ook voor iets interessants in de achtergrond, zodat de aandacht van de kijker langer wordt geprikkeld.

  1. Integreer mensen

Als je er voor kiest om mensen in je foto op te nemen, moet je er ook voor zorgen dat ze iets doen in de omgeving. Laat ze gebruik maken van een lift of op een bankje zitten.

  1. Reflecties

Door gebruik te maken van reflecties kun je extra diepte toevoegen aan je foto. Denk hierbij aan reflecties in ramen of een gladde vloer. Doordat de reflecties ten a symmetrie toevoegen zijn het krachtige -100 elementen in je foto en voegen ze iets toe aan je anders wellicht saaie omgevingen.

  1. Fotografeer in RAW

Het mooie aan fotograferen in RAW is dat het bestandsformaat je extra bewerkingsvrijheid geeft: je kunt achteraf nog aanpassingen doen in de • belichting en contrasten. Hierdoor kun je je foto’s nog iets extra’s meegeven of bijschaven indien nodig.

  1. Gemengd licht

Het binnen fotograferen brengt ook zo zijn hindernissen met zich mee: denk aan het gemengde licht dat je tegenkomt. Hier heb je licht van zowel kunstmatige lichtbronnen als natuurlijk licht dat door de glas-in-loodramen schijnt. Voer een belichtingsmeting uit op beide lichtbronnen en maak foto’s met verschillende witbalansinstellingen. Hierdoor kun je achteraf bepalen welke instellingen je foto het meeste recht doen.

  1. Het zit in de details

Om zowel details uit de hooglichten als de schaduwpartijen vast te leggen kun je kiezen om bracketing toe te passen. Hierbij neem je foto’s met verschillende belichtingen. Er zijn DSLR’s met een automatische functie voor deze toepassing. Op je computer kun je deze belichtingen samenvoegen tot een HDR-foto (High Dynamic Range, of terwijl Hoog Dynamisch Bereik).

  1. Camera-instellingen

Deze foto is gemaakt met een lange sluitertijd (0,6s) om de ISO-gevoeligheid laag te houden (ISO 200) en toch gebruik te maken van een diafragmawaarde van nl De foto is genomen met een Nikon D300, bekend om zijn lichtgevoeligheid. Het resultaat is een goed belichte en evenwichtige foto.

Highspeedfotografie

Onze ogen en hersenen kunnen heel snelle acties niet zien. Maar de camera? Die kan het wel! In deze masterclass laten we je zien hoe.

Er is een reden waarom veel sportevenementen en paardenraces worden beslist aan de hand van een fotofinish. Het verschil tussen twee atleten of paarden die over de finish gaan, is vaak slechts een paar duizendsten van een seconde – letterlijk milliseconden. Het menselijk oog registreert slechts ongeveer twaalf beelden per seconde, wat op zich al best indrukwekkend is. Het komt overeen met de snelheid van de

beste en duurste DSLR’s van het moment. De beperking die wij mensen daarbij hebben is dat onze hersenen deze beelden automatisch in een filmpje omzetten. We zijn dus eigenlijk een camera die in de filmmodus blijft steken, waarbij het resultaat bezoedeld wordt door ons geheugen, gevoel en de situatie. Camera’s hebben op dat vlak een grote voorsprong. De camera’s die bij de finish van de

Olympische Spelen 2012 in Londen zijn gebruikt konden maar liefst 3000 beelden per seconde vastleggen: ze gaan daarmee ver voorbij de specificaties van onze eigen camera’s. Laat je daar niet door tegenhouden. Want buiten een supersnelle sluitertijd (1/4000s of zelfs 1/8000s) en speciale ontspanners, is er een geheim wapen dat je kunt inzetten om de snelheid vast te leggen: een flitser. En daarbij kan een standaard opzetflitser zelfs betere resultaten opleveren dan een flinke flitsopstelling. De snelste flits van de Nikon SB-800 is bijvoorbeeld 1/41600s, wanneer we hem gebruiken op 1/128e van zijn vermogen. En dat is wel heel erg snel! Als je een flitser instelt op een lager vermogen, neemt zijn snelheid toe. Daardoor kun je zelfs de snelste beweging vastleggen. Een van de meest populaire vormen van highspeedfoto-grafie is het fotograferen van vallende druppels. Met wat geduld maak je de mooiste foto’s van opspattend water, ook zonder een externe synchronisatietrigger. Je hebt echter wel genoeg geheugenkaarten nodig en vooral veel geduld, voor je goede foto’s maakt. Vergis je niet: het blijft een kwestie van oefenen, een kwestie van afgedwongen geluk. Hoe meer je oefent, des te beter je resultaten worden. Om je op weg te helpen, kun je gebruik maken van een trigger: een geautomatiseerd hulpje dat de foto voor je maakt. Er zijn talloze triggers te koop, flink variërend in prijs en functies. Ze zijn gebaseerd op laser, infrarood of geluid. Meestal gebruik je infrarood of een laserstraal. Zodra deze straal onderbroken wordt door bijvoorbeeld een druppel, wordt er een signaal verstuurd naar de camera en/of flitsers. De geluidstrigger werkt iets anders. Als er geen ander geluid in de ruimte aanwezig is, wacht de trigger met zijn microfoon een geluidssignaal af. Denk aan het geluid van brekend glas. Je hebt waarschijnlijk wel eens foto’s gezien van waterdruppels die vallen, botsen en opspatten. Welnu, veel van die interessante foto’s die je hebt gezien van dat normale, alledaagse water dat valt, botst of opspat zijn geen foto’s van normaal, alledaags water. Verwarrend? Lees dan meer eens verder. Water is een dunne vloeistof. En hoewel het heel goed mogelijk is om van iedere denkbare vloeistof mooie foto’s te maken, gaat het makkelijker als die vloeistof dikker is. En dat is helemaal niet zo moeilijk, want met xanthaan- of guargom maak je water dikker. Je vind het in de reform- of bio winkel bij je in de buurt, of je kunt het online bestellen. Je hebt er maar heel weinig van nodig: denk aan een theelepel op vijf liter water. Als je te veel gebruikt wordt het water net behangplaksel, en met een beetje pech lost het niet goed op. Voor wat kleur voeg je wat voedingskleurstof toe, wat voor spectaculaire effecten kan zorgen. Vaak plaatsen fotografen een stuk halfdoor-schijnend kunststof achter het bassin waar het water in valt. Daar plaatsen ze dan de flitser achter, die wordt aangestuurd via een draadloze ontsteker (zoals de PocketWizard). Zodra de flitser door het kunststof flitst, ontstaat er een lichtsituatie die veel overeen-komt met die van een lichttafel. Voor een spetterend effect kun je een filter met gekleurde gel op je flitser plakken. Zo heb je ineens een andere kleur licht! Sommige fotografen plaatsen ook een flitser naast het bassin voor een extra effectje, en zo kun je natuurlijk langzaam gaan uitbouwen naar interessante en uitgebreide lichtopstellingen. In de regel wordt er alleen gewerkt met een enkele flitser achter het water. De meeste camera’s kun je gebruiken in combinatie met een draadontspanner. Op die accessoir poort kun je een triggerapparaat aansluiten. De trigger stuurt op het juiste moment een signaal naar de camera om de waterdruppel vast te leggen. Het is bijna onmogelijk om de afmeting en vertraging van de waterdruppels vooraf te bepalen. Met veel ervaring kun je een goede gok wagen, maar dan nog is het een kwestie van proberen en aanpassen. De sluitertijd die je gebruikt is niet het belangrijkste element van highspeedfotografie. Je kunt met alle sluitertijden goede resultaten behalen. Sommige fotografen fotograferen zelfs in de Bulb-stand in een zo donker mogelijke kamer. Ze gebruiken een flitser om de druppel en het opspattende water te bevriezen. Door de sluiter langer open te houden, gebruiken ze het omgevingslicht voor wat extra sfeer. Voor onze waterduppelfoto’s gebruikten we een Nikon D7000 met een Nikkor AF Micro 60mm f2.8D bij 1/25s met f16 en ISO 100. Om genoeg scherptediepte te krijgen, moesten we onze macrolens instellen op f16 of kleiner.

 

 

Top tips voor highspeedfotografie

  1. Vertraag de sluitertijd

Als je denkt dat highspeedfotografie gaat om snelle sluitertijden, heb je het goed mis. De meeste foto’s op deze pagina’s zijn gemaakt met sluitertijden van 1/30s of trager. Sommige fotografen gebruiken zelfs de Bulb-stand!

  1. Heb geduld

Je krijgt veel mislukte foto’s, daar ontkom je niet aan. Alles draait om proberen en experimenteren, om die onzichtbare momenten vast te leggen. Het is daarbij nagenoeg onmogelijk iedere keer een geslaagde foto te maken.

  1. Niet te flitsend

Veel highspeedfoto’s zijn afhankelijk van een flits, maar gebruik hem niet op vol vermogen. Speedlights kun je instellen op 1/64 of 1/128 vermogen. Dat zorgt voor een korte flits: en die zet de tijd neer!

  1. Minder is meer

De beste highspeedfoto’s zijn ook de meest eenvoudige. Die ene milliseconde is de enige die telt, dus overcompenseer dat moment niet.

  1. Leg het er dik op

Water is makkelijk om te fotograferen als je het dikker hebt gemaakt met guar- of xanthaangom. Een beetje doet wonderen!

  1. Kliederboel

Als je aan de slag gaat met druppels, explosies, spatten, en meer dan dat soort momenten, moet je rekenen op een zooitje in je studio. Een zeiltje op de vloer en meubels zal je veel schoonmaakwerk schelen.

  1. Veiligheid voor alles

Kogeltjes en gebroken glas kunnen gevaarlijk zijn. Draag beschermende kleding en apparatuur, en zorg dat anderen (vooral kinderen en dieren) uit de buurt blijven. Vergeet ook niet je camera en lens te beschermen!

  1. Vooraf scherp

Met highspeedfotografie heeft je camera geen tijd om scherp te stellen. Doe dat daarom vooraf, kies bij je lens voor handmatig scherpstellen.

  1. Geheugentest

Zorg voor genoeg geheugenkaarten, omdat je veel foto’s moet maken. Je zult verbaast zijn over de snelheid waarmee de geheugenkaarten vol zijn als je eenmaal aan de slag gaat.

  1. Creatief

Waterdruppels, fladderende vogels, brekend glas, knallende ballonnen, kleurige verf… het zijn allemaal populaire onderwerpen voor highspeedfotografie. Maar ga eens rustig zitten: wat zou je nog meer kunnen bedenken?

Beweging fotograferen met een flitser

Als je in de sluitertijd voor keuzemodus fotografeert kun je een bewegend voorwerp bevriezen en toch de illusie van beweging in je foto houden. Dat doe je door de flitser in te stellen op slow-sync. Als je slow-sync gebruikt kun je ook gebruik maken van tweede-gordijns synchronisatie (rear-curtain sync). Daardoor komt de flits pas op het einde van de belichtingstijd, in plaats van aan het begin. Dat zorgt voor een realistischer resultaat en een echt gevoel van beweging. Stel je camera bij voorkeur in op de laagste ISO-waarde en een klein diafragma, zoals f18. De camera moet een relatief trage sluitertijd kiezen, zoals 1/15s of 1/10s. Om een korte flitstijd in te stellen kun je hem handmatig instellen op een vermogen van 1/32 of 1/64. Dit geeft je ook een voordeel van de oplaadtijd: je flitser zal eerder klaar zijn voor een nieuwe flits. Dat is bijzonder handig als je in een draaimolen zit en langzaamaan een beetje zeeziek begint te worden! Kijk wel even naar de resultaten, een onderbelichting zit met deze techniek in een klein hoekje. Als dat zo is verhoog je het vermogen van je flitser en ga je verder met fotograferen. Dankzij de Continu AF heb je jouw onderwerp altijd scherp, ook tijdens de bewegingen.

Outdoor fotografie

Goed uitgerust naar buiten

In the middle of nowhere of juist in een drukke omgeving spectaculaire foto’s maken. Dat vereist de juiste uitrusting en apparatuur. We sturen je goed voorbereid op pad.

De landschapsfotograaf

Er zijn talloze soorten outdoor fotografie. In dit artikel gaan we in op de vijf meest populaire varianten, om te beginnen de natuurfotografie.

Natuurfotografie
De populariteit van natuurfotografie is de afgelopen jaren waarschijnlijk het snelst gestegen van alle outdoor disciplines. En dat is logisch, want natuurfotografie is een mengeling van gezonde beweging, buiten zijn in een vaak prachtige omgeving, gierend snelle actie en het zien van Biergedrag dat voor de meeste mensen verborgen blijft. Niet elke tocht van de natuurfotograaf levert het van tevoren
geplande beeld op, maar je komt altijd thuis met een frisse neus en vaak een onverwachte foto. Natuur-fotografie is divers: denk aan wildlife-fotografie, landschapsfotografie en macrofotografie. Stuk voor stuk disciplines met een eigen aanpak, dynamiek en apparatuur.
Wildlife-fotografen zweren bij lange telelenzen, vaak met een vast brandpunt. Deze bieden een ongekende autofocussnelheid, haarscherpe en contrastrijke foto’s (handig wanneer er gecropt wordt). Door de sterke vergroting kunnen ze zelfs kleine dieren vanaf grote afstand goed in beeld brengen. Bovendien isoleren ze een onderwerp: achtergronden worden onscherp weergegeven als een fraai kleurwaas. Brandpunten bij wildlife-fotografie beginnen bij 300 mm (voor het fotograferen van grote zoogdieren in hun leefomgeving), terwijl vogelfotografen vaak een 500 of 600 mm gebruiken (nog net goed mee te nemen tijdens wandelingen en met wat oefening uit de hand te gebruiken). Er bestaan ook 800 mm lenzen, maar die zijn voor veel fotografen te duur, zwaar en onhandig. Staat je budget geen supertele toe? Kijk dan eens naar een telezoom. Die is minder lichtsterk en focust trager, maar is door zijn range aan brandpunten wel flexibeler. Voor de camera geldt: een hoge burstrate, razendsnelle autofocus en weerbestendigheid.
Landschapsfotografen hebben de luxe dat zij hun foto’s kunnen regisseren. Het belangrijkste vermogen van een landschapsfotograaf is het herkennen van een goede locatie en het juiste standpunt. Vervolgens is het wachten op de beste omstandigheden en het mooiste licht. Snelheid en actie zijn geen issue, een oerdegelijk statief, een draadontspanner en een kwalitatief goede groothoeklens wél. De landschapsfotograaf gebruikt meestal een groot-hoekzoom van 17 tot 55 mm of een groothoeklens met een vast brandpunt (bijvoorbeeld een 24 mm). Om onderdelen van een landschap te isoleren kun je een 70-200 mm of 300 mm telelens gebruiken. Camera’s moeten vooral beschikken over een grote beeldchip (liefst full frame) en veel megapixels (om de vele details in een foto zichtbaar te maken). Voor de liefhebbers zijn er speciale panoramacamera’s, maar deze zijn uiteraard erg specialistisch en duur. Je kunt ook panoramafoto’s maken met veel foto-bewerkingsprogramma’s door verschillende foto’s aan elkaar te monteren. Tip voor foto’s met lange sluitertijden (om bijvoorbeeld stromende waterpartijen als een zijden sluier weer te geven): neem grijsfilters of een polarisatiefilter mee.

Bij macrofotografie is het herkennen van een goede locatie van ondergeschikt belang. In dit geval moet de fotograaf juist door het landschap heen kunnen kijken om interessante foto-onderwerpen te herkennen. Kleurige bloembladen bij tegenlicht, een lieveheersbeestje dat bladluizen eet of de ogen op steeltjes van een tuinslak. Het grootste probleem van de macrofotograaf is het scherpstelvlak in zijn foto’s. Een paar millimeter naar voren of achteren kan het scherpstelpunt verplaatsen en een mislukte foto opleveren. Welke specifieke macrolenzen je gebruikt, hangt af van je onderwerp. Insecten die jou als fotograaf negeren, kun je dicht benaderen met een korte macrolens van 50 of 60 mm. Nerveuzere modellen vragen om een langere macrolens van bijvoorbeeld 100, 150 of 200 mm. De nieuwste lenzen beschikken over zeer gevoelige stabilisatie, zodat je ze met wat oefening ook uit de hand kunt gebruiken. In de meeste gevallen is echter nog steeds een statief nodig. Denk ook aan een egale belichting met bijvoorbeeld een ring- of speciale macroflitser of neem kleine reflectoren mee om je foto goed uit te lichten en storende schaduwen weg te werken.
Op reis

Reisfotografie

Reis fotografie lijkt in veel opzichten op natuurfoto-grafie. Zo zijn oog voor mooi licht, continu zoeken naar de beste locaties en een neus voor fotogenieke situaties een must. Anders dan bij natuurfotografie speelt het gewicht van je uitrusting een belangrijke rol. Wie zich soepel over drukke markten of over smalle Andes-paden wil bewegen, wordt gehinderd door zware en opvallende apparatuur. Reisfotografen — de gespecialiseerde safarifotograaf daargelaten — gebruiken bij voorkeur groothoekzoom- en korte tel zoomobjectieven. De camerabody’s zijn klein en de accessoires licht en simpel. Een reisfotograaf moet altijd en overal de camera paraat hebben zonder te hoeven zoeken naar lenzen, filters of flitsers. Zoomlenzen zijn flexibel in gebruik en beperken het gewicht. Bovendien val je minder op bij lieden die het op je dure spullen hebben voorzien. Aan je apparatuur stelt reisfotografie iets minder hoge eisen. Wat telt zijn timing, gevoel voor kleur, compositie en fotografische impact, vriendelijkheid en humor. Dat is allemaal belangrijker dan een professionele set met zoveel mogelijk megapixels. Natuurlijk moeten je foto’s scherp, goed belicht en groot te printen zijn op bijvoorbeeld posters, maar een professionele camera is meestal niet nodig. Een ander voordeel: de reisfotograaf krijgt vaak meer kansen dan een natuurfotograaf om zijn gewenste foto te maken. Het decor van een stadstafereel of sightseeing verandert weliswaar steeds, maar elke verandering brengt nieuwe mogelijkheden met zich mee. Veel kijken, anticiperen, veel experimenteren en veel foto’s schieten leveren steeds betere beelden op.

Adventure
De adventure-fotograaf legt buitensporters vast. Denk aan outdoor activiteiten als bergbeklimmen, kajakken, trekking, surfen, speleologie, mountainbiken of zelfs paintball. De mens staat centraal in de beelden en dus gebruikt de adventure-fotograaf een reportage set. Dat wil zeggen een groothoek-zoom (17-55 mm) of een korte lichtsterke telezoom (70-200 mm). Soms gebruikt hij een extreme groot-hoek of fisheye-lens om de sportieve mens in een groots en meeslepend landschap weer te geven. Lichte spullen die tegen een stootje kunnen, zijn het meest praktisch. Stof- en spatwaterbestendige camera’s en lenzen zijn een slimme investering, want je spullen zullen het flink te verduren krijgen door de elementen. Adventure-fotografie is zelden spontaan. Meestal trekt de fotograaf op met de geportretteerde sporters en zal hij of zij de actie regisseren. De fotograaf hoeft dus niet constant standby te staan om onverwachte actie vast te leggen. Wel moet hij voor zich zien welke achtergronden en situaties het best overkomen op de foto. Verder moet hij veel voorwerk doen en de sporters die hij vastlegt (vaak letterlijk) een stap voor zijn. Omdat de fotograaf zijn modellen vergezelt, wil hij zo min mogelijk spullen meezeulen. Adventure-fotografen zitten hun modellen graag dicht op de huid. Door sporters van dichtbij te fotograferen heeft de kijker het idee dat hij middenin de actie zit. Bovendien versterken gezichtsuitdrukkingen van pijn, afzien en vermoeidheid de heroïek van het tafereel. Bij geregisseerde foto’s kun je goed gebruikmaken van opzetflitsers en reflectors om mensen uit te lichten. Ingeflitste foto’s kunnen een krachtig effect hebben, maar gebruik flitslicht met mate. Te hard of te opzichtig ingeflitste modellen ogen gekunsteld en onecht.

Urban
Urban-fotogratie is de stedelijke tegenhanger van adventure-fotografie. Ze richt zich op straatfoto-grafie, skateboarden, skaten, BMX en Urbex. De mens en zijn relatie tot de stedelijke omgeving staan centraal in deze veelzijdige discipline. De gebruikte apparatuur moet licht en flexibel zijn. Denk aan kleinere camerabody’s, groothoekzooms en compacte flitsers. Korte telelenzen zijn feitelijk niet nodig, omdat de fotograaf dicht bij zijn onderwerp kan komen. Hij heeft vele kansen om te experimenteren en zijn standpunt of aanpak aan te passen. Bovendien creëren groothoeklenzen het ruimtelijke, iets vervreemdende effect dat veel urban-fotografen nastreven. Net als bij adventure zijn flitsers en reflectors erg handig, maar mogen ze niet te overheersend zijn. De straatfotograaf die zo min mogelijk moet opvallen, heeft baat bij een kleine camera met anonieme lens.

Sport
Wie heeft er nou niet eens een buitensport gefotografeerd? De lokale wielerronde, je voetballende zoon, snowboarders op wintersport of deelnemers aan de Nijmeegse vierdaagse. Meestal mag je het veld of het parcours niet betreden. Je staat op een vast standpunt. Door die vaste plek is het gewicht van extra spullen geen groot probleem. Dat is handig om zo veel en zo snel mogelijk te kunnen variëren met brandpuntsafstanden. Een reportage set is het meest geschikt. Een groothoekzoom is voor de actie dichtbij. Met een korte telezoom cover je de duels op het middenveld of een slippende rally-wagen. Met een langere telelens kun je details op afstand vastleggen, zoals de spanning op gezichten De grote diafragma’s van de laatste twee lenzen maken bovendien storende achtergronden mooi onscherp. Zo ontstaat een krachtiger beeld. Flitsen heeft meestal geen zin omdat de actie te ver weg is. Een sterke tas waar veel in kan is wel slim, net zoals lichtsterke lenzen en een monopod.

De groothoeklens

Steun en toeverlaat
Ondersteuning van je camera is van groot belang. Zeker bij telelenzen van 300 millimeter of langer ontstaat zonder goede ondersteuning al snel bewegingsonscherpte. Je kunt natuurlijk de isowaarde van je camera opschroeven en zo langer uit de hand blijven fotograferen. Maar bij weinig licht kunnen je eigen bewegingen nog steeds onscherpe foto’s opleveren. Een driepootstatief is een optie, maar beperkt wel je reactiesnelheid. Voor de snelle actie van bijvoorbeeld vogelfotografie of sportfotografie is een driepoot ongeschikt. Een monopod of een-pootstatief kan dan uitkomst bieden. Een monopod is in feite een uitschuifbare paal waar je je camera bovenop schroeft. Hij is licht, terwijl toch vrijwel alle verticale bewegingen van je camera en lens worden voorkomen. Door je benen licht te spreiden en je monopod 40 centimeter voor je lichaam te plaatsen, creëer je een levend driepootstatief. Niet zo stabiel als een echte driepoot, maar verrassend effectief. Vooral als je ook over stabilisatie in je lens of camera beschikt. Fotografeer je wildlife vanuit je auto? Neem dan een speciaal autostatief of een rijstzak mee. Rijstzakken zijn het stabielst, maar blokkeren vaak de scherpstelring van je telelens. Bovendien kun je vanaf een rijstzak je lens slecht meetrekken met bewegende onderwerpen. Een deurstatief kent die nadelen niet. je schroeft je statiefkop gewoon op het statief. Binnen de beperkingen van je raamkozijn kun je moeiteloos alle gewenste bewegingen maken.

Ideale outdoortas
De verschillende soorten outdoor fotografie vereisen verschillende soorten apparatuur. Die specifieke spullen stellen ook eisen aan je fototas. Zo past een 500 mm lens uiteraard niet in een dag rugzakje en hoef je voor alleen een camera met macrolens geen enorme rugzak aan te schaffen. Het is slim om voor al je outdoor sessies een checklist te maken met de apparatuur die je het meest gebruikt. Voor je op pad gaat hoef je alleen de spullen op die lijst bil elkaar te zoeken. Heb je jouw ideale set gevonden, maar nog niet de ideale tas? Neem al je spullen op je checklist dan mee naar de winkel en kijk in welke tas ze het best passen. Zorg dat ongeveer een kwart van de beschikbare ruimte leeg blijft, voor een extra lens, flitser of body. Misschien heb je die nu nog niet, maar het is zonde om een grotere tas te moeten kopen als je ze wel wilt meenemen.

Beperk je uitrusting

Uitbreiden
Een goede uitrusting is belangrijk. Denk aan gps, hoofdlamp, correcte weersinformatie en goede telecommunicatie voor adventure-fotografen. Een vogelfotograaf die in een vaste schuilhut zit of bij daglicht lange stukken door het open veld wandelt, heeft weinig baat bij een hoofdlamp of een camouflagepak. Denk dus goed na over hoe je je uitrusting kunt verbeteren. Denk daarbij buiten de bekende kaders. Kijk bijvoorbeeld eens naar werkbroeken die stratenmakers of bouwvakkers dragen. Ze zijn sterk, hebben verstevigde kniestukken en zijn voorzien van tientallen zakken. Niet duur en ideaal voor het fotograferen. Datzelfde geldt voor ultralichte vissersstoeltjes, safarivesten en rugzakken met een drinkwaterreservoir.

Energie en opslag
Reis-, adventure-, natuur- en sportfotografen ontberen vaak voor langere tijd de gemakken van de beschaving: een stopcontact, stofvrije opbergruimte en een computer met een grote geheugenopslag. Ga je langer op pad? Denk dan vooraf na over hoe je ook in de middle of nowhere kunt blijven fotograferen. Zorg voor reisstekkers en twee extra camera-accu’s, neem een ac-converter mee voor in de auto en onderzoek de laadtijd van zonnepanelen als je deze meeneemt. Laad je accu’s op bij elke gelegenheid. Pak schoonmaakgereedschap in (verfkwasten, blaasbalgje en sensorswabs) en maak je spullen dagelijks goed schoon. Gaat er toch iets stuk? Zorg dat er altijd een kleine schroevendraaiers en een rol tape in je tas zitten om kleine noodreparaties uit te voeren. Maak ook dagelijks back-ups van je foto’s. Hoe? Dat is een persoonlijke keuze. je kunt extra geheugen-kaarten kopen, maar die kun je kwijtraken. Op een draagbare harde schijf (liever twee) kun je veel foto’s kwijt en je kunt je resultaten op een lcd-scherm bekijken. Bovendien zijn ze kleiner, lichter, zuiniger met stroom en minder diefstalgevoelig dan laptops. Afhankelijk van je locatie kun je je foto’s ook meteen wegschrijven naar een back-upserver. Uiteraard kan daarbij altijd iets misgaan met je verbinding en kost het versturen tijd, aandacht en stroom. Bovendien zal deze optie niet werken tijdens een safari in de Kalahariwoestijn of een expeditie op Antarctica.

Heb lol
Heb je geen geld voor toplenzen of supercamera’s? Roei dan met de riemen die je hebt. Vaak brengen beperkingen in je apparatuur het beste in een fotograaf boven. je zult creatief op zoek moeten naar oplossingen. Dat is een spannend, uitdagend en leerzaam proces. Praat veel met anderen, zoek een fotografiemaatje. Maak vooraf een plan van aanpak voor je shoot en pas je apparatuur lijst aan op basis van ervaring. Heb vooral veel lol. Dat zul je namelijk absoluut terugzien in je foto’s.

Lightroom voor beginners

De digitale doka Lightroom is een van de betere pakketten voor fotobewerking. Nooit mee gewerkt? Dan is deze workshop echt iets voor jou. We helpen je met je eerste stappen in Lightroom CC.

1. Gratis trial
Je kunt elk programma van Adobe, en dus ook Lightroom, dertig dagen gratis uitproberen. Hoe? Surf naar http://www.adobe.nl, klik op Menu in de rechterbovenhoek en kies Lightroom. Klik daarna rechts bovenaan op Gratis proefversie en meld je aan met je Adobe ID of kies Registreren voor een Adobe ID als je nog geen account hebt. Volg de installatiewizard om het programma op je Windows-pc of Mac te installeren.

2. Catalogus
Lightroom werkt met een catalogus waarin ie je beelden importeert. Concreet betekent dit dat je Lightroom vertelt op welke bestandslocatie je foto’s staan. Het voordeel hiervan is dat Lightroom erg snel werkt. Via Bestand, Nieuwe catalogus is de klus geklaard. Om toch nog wat orde te scheppen, kun ie verzamelingen aanmaken om foto’s te groeperen. Let wel, verplaats of hernoem buiten Lightroom, bijvoorbeeld in Verkenner of Finder, geen beelden want dan werkt de link in de catalogus niet meer.

3. Importeren
Lightroom kan overweg met nagenoeg alle fotobestanden, maar biedt de meeste mogelijkheden als je in raw werkt. Om beelden aan je catalogus toe te voegen, kies je Bestand, Foto’s en video’s importeren. In de kolom links kun je een bron selecteren, bijvoorbeeld een specifieke map op je computer of een geheugenkaart. Standaard zijn alle bestanden in een map aangevinkt. Je kunt ze handmatig uitvinken of de knop Alle deselecteren gebruiken en er dan weer een paar aanvinken.

4. Importeren (2)
Nadat je de beelden geselecteerd hebt, kies je bovenaan op welke manier je ze aan je catalogus wilt toevoegen: Kopiëren (als DNG), Verplaatsen of Toevoegen. Afhankelijk van je keus krijg je in de rechterkolom allerlei instellingen te zien met betrekking tot de bestandsnaam en bestemming. In het vak Toepassen tijdens importeren kun je eventueel al Trefwoorden aan je foto’s hangen. Ga verder met Importeren om de beelden daadwerkelijk aan je catalogus toe te voegen.

5. Interface
De interface van Lightroom ziet er voor beginners een beetje druk uit. Eigenlijk bestaat hij uit vier onderdelen: links heb je de Navigator om snel in en uit te zoomen. Daaronder heb je een overzicht van de Catalogus, Mappen, Verzamelingen en Services voor publiceren. Onderaan krijg je een overzicht met thumbnails van geïmporteerde beelden en rechts vind je onder meer een Histogram en Snel ontwikkelen. Centraal in de module Bibliotheek zie je een groter beeld van de geselecteerde thumbnail.

6. Bibliotheek
De foto’s beheer je in de modus Bibliotheek. Met de rechtermuisknop geef je bijvoorbeeld een foto een sterrenclassificatie of kleurlabel. Met Filter vraag je vervolgens snel alle foto’s met vijf sterren of een rood kleurlabel op. Helemaal bovenaan kun je ook via Bibliotheekfilter filteren op basis van camera, lens, Locatie enzovoort. Wil je de Metagegevens opvragen en bewerken? Daarvoor kun je in de rechterkolom terecht.

7. Non-destructief ontwikkelen
Om te switchen naar de belangrijkste modus in Lightroom, tik je rechtsboven op Ontwikkelen. Merk je dat de linker- en rechterkolom wijzigen? Links verschijnen heel wat Voorinstellingen (zie tip 14) in beeld, rechts krijg je allerlei opties om je beeld te bewerken. Eén van de grote voordelen van Lightroom is dat je bewerkingen non-destructief zijn. Dat wil zeggen dat je altijd kunt teruggaan met de knop Vorige.

8. Bijsnijden en roteren
Om te switchen naar de belangrijkste modus in Lightroom, tik je rechtsboven op Ontwikkelen. Merk je dat de linker- en rechterkolom wijzigen? Links verschijnen heel wat Voorinstellingen (zie tip 14) in beeld, rechts krijg je allerlei opties om je beeld te bewerken. Eén van de grote voordelen van Lightroom is dat je bewerkingen non-destructief zijn. Dat wil zeggen dat je altijd kunt teruggaan met de knop Vorige.

9. Belichting aanpassen
Een veelgebruikte functie van Lightroom is het aanpassen van de belichting. Als je in raw werkt, kun je zelfs een sterk onder-of overbelichte plaat nog redden. In het paneel Standaard in de rechterkolom kun je snel de Witbalans optimaliseren. Dat kan Automatisch of via de schuifbalkjes. Eén keer op Autom. naast Tint klikken volstaat om de belichting automatisch aan te passen. Met de schuifregelaar kun je een foto zonder al te veel kwaliteitsverlies drie stops lichter of donkerder maken.

10. Kleurtinten
Zijn de kleuren niet helemaal goed? Ook dat pas je in een handomdraai aan. In het standaardpaneel kun je het Contrast en de Verzadiging wat aanpassen. Nog niet voldoende? Scrol in de rechterkolom naar beneden tot je het paneel Kleurtintcurve ziet. Voer wijzigingen door aan de hand van de curve of de schuifregelaars tot je het gewenste resultaat hebt bereikt. Wille elk kleurkanaal apart onder handen nemen? Dat kan via het paneel HSL, Kleur, Zwart-wit.

11. Oneffenheden weg
Een stofje, storend kruimeltje of lelijke pukkel? Die haal je zo weg. Kies net onder het histogram in de rechterkolom de knop met de cirkel en het pijltje voor het kloon- en retoucheerpenseel. Kies daarna helemaal bovenaan Retoucheren en zoom voldoende in met de navigator. In het paneel in de rechterkolom kun je de Grootte, Doezelaar en Dekking instellen. Klik daarna één keer in de foto op het storend object bijvoorbeeld deze vlieg – en wijzig desgewenst de bronpixels.

12. Aanpassingspenseel
Witje slechts een deel van de foto bewerken? Dan heb je het aanpassingspenseel nodig. Klik op de knop met het penseel net onder het histogram. Kies vervolgens een effect, trek bijvoorbeeld de schuifregelaar van Belichting naar rechts om de foto wat lichter te maken. Pas de Grootte en Doezelaar van het penseel aan en schilder het effect op je foto. Klik op Aangepast om een kant-en-klaar aanpassingspenseel te kiezen. Op die manier kun ie bijvoorbeeld heel eenvoudig Tanden witter maken.

13. Bewerkingen Kopiëren
Heb je een reeks foto’s gemaakt in dezelfde lichtomstandigheden? Dan hoef je maar één foto te bewerken en kun je vervolgens alle handelingen kopiëren. Uiteraard zul je nog wel wat handmatig moeten aanpassen, maar bewerkingen zoals het contrast, het verscherpen, en de witte en zwarte tinten kun je in de meeste gevallen gewoon overnemen. Klik in de linker kolom op Kopiëren, selecteer de gewenste instellingen in het dialoogvenster en klik nogmaals op Kopiëren en op Plakken in een andere foto.

14. Voorinstellingen
Lightroom bevat standaard ook een hele reeks voorinstellingen, zodat je nog minder met de hand hoeft aan te passen. Je vindt deze netjes onderverdeeld in verschillende categorieën in de linkerkolom. Houd je muiscursor boven zo’n voorinstelling voor een preview in het navigatorvenster. Eén keer klikken volstaat om het effect daadwerkelijk op je foto toe te passen. Met het plusteken kun je ook zelf een voorinstelling aanmaken aan de hand van je laatste bewerkingen.

15. Exporteren
Heb je tijdens het bewerken al naar een Opslaan knop gezocht? Tevergeefs. Die is er niet. Al je bewerkingen worden automatisch opgeslagen. Ben je klaar met een reeks bewerkingen? Dan volstaat het om je foto’s te exporteren naar het bestandsformaat naar keuze. Kies Bestand, Exporteren en kies in het dialoogvenster een Exportlocatie. Vervolgens kun je nog de naam aanpassen via een Bestandsnaamgeving en een bestandsformaat selecteren onder Bestandsinstellingen. Klik daarna op Exporteren.

16. Ook voor video
Lightroom biedt ook ondersteuning voor videofragmenten. Kies Bestand, Foto’s en video’s importeren en selecteer één of meerdere videobestanden. Ga verder met Importeren en dubbelklik op de thumbnail onderaan in beeld om een grotere preview te krijgen. Je kunt het fragment afspelen met de Play-knop of per frame bekijken met de knoppen links en rechts van deze driehoekige knop. Desgewenst kun je in de rechterkolom de belichting of witbalans aanpakken.

17. Meer opties
We hebben ons hier gefocust op de ontwikkelmodule, maar Lightroom heeft nog veel meer. Via de module Kaart ga je na waar al je foto’s gemaakt zijn en dankzij Boek kun je rechtstreeks een fotoalbum maken en bestellen via Blurb. Een mooie diashow maak je in Presentatie en via Afdrukken kun je allerlei settings kiezen om je foto’s op papier te vereeuwigen. Ten slotte is er de Web-module waarmee je een website met je beste foto’s in elkaar zet.

Herfstfotografie

De herfst is een visuele achtbaan van spetterende kleuren, glorieus ochtendlicht en donkere stormhemels, een cocktail van mist, slagregens en nazomerzon. Heet is de tijd van vogeltrek en hertenbronst. Hét moment van paddenstoelen, fluorescerend herfstblad en zonneharpen vast te leggen. Kortom: de herfst is de tijd om erop uit te trekken als fotograaf.

Om meteen maar te beginnen met de allerbelangrijkste tip: neem altijd je camera mee als je tussen 21 september en 20 december de deur uitgaat. In de herfst is het weer onstuimig: zon en stortregens wisselen elkaar in hoog tempo af. Prachtige plaatjes met stomende mist, gitzwarte stormluchten en regenbogen duren vaak maar enkele minuten. Tegen de tijd dat je naar huis of je auto bent gerend om je camera te grijpen, is de visuele magie voorbij. Zorg dus dat je een camera met opgeladen accu en lege geheugenkaart in je zak of tas hebt als je buiten bent.

Waarheen?
Waar moet je zijn om mooie herfstfoto’s te maken? Eigenlijk maakt dat niet zoveel uit. ‘Mooie’ herfstfoto’s zijn simpelweg foto’s die een dramatisch verhaal vertellen. Een verhaal over vergankelijkheid, verandering en tegenstrijdigheid. De herfst staat namelijk als geen ander seizoen bol van de contrasten. Licht versus donker, bloei versus verwelking, warmte versus kou. De herfst is het nagenieten van een rijke oogst, zomerlicht en warmte, maar tegelijkertijd ook de gedachte aan naderende kou, ontbering en duister.

Het enige dat je hoeft te doen is naar buiten gaan, de contrasten zoeken en beginnen met fotograferen. In dit blog bespreken we herfstfotografie in het bos. Overal in Nederland zijn immers bossen te vinden, in tegenstelling tot strand en hei. Bovendien barsten bossen van de herfstonderwerpen: van paddenstoelen, tot kleurig herfstblad, donkere stammen en wintervoorraden aanleggende eekhoorns. Bezoek bij voorkeur loofbossen met veel beuken, berken, kastanjes en eiken. Deze hebben niet alleen mooi gevormd en felgekleurd blad, maar vaak ook fraai getekende stammen en schors en fotogenieke noten in de vorm van eikels, kastanjes en beukennoten. Wil je echte knalkleuren? Zoek dan naar exoten als de Japanse en Canadese esdoorn. De meest kleurrijke en fotogenieke bessen en vruchten vind je aan de lijsterbes, jeneverbes, krentenboom, kersenboom en appelboom. Maar sla ook de bescheiden braamstruik en de hondsroos (rozenbottels) niet over! Kleurrijk, glanzend en ware magneten voor zowel trek- als standvogels. Merels en andere lijsters, appelvinken, houtduiven, gaaien, eksters, kraaien, kauwen, spreeuwen en soms vinken eten vaak zo gretig van het fruit, dat je hen van redelijk dichtbij met een telezoom van 70-300 mm kunt fotograferen. Een heuse herfstbonus!

Uiteraard kun ie ook een naaldbos uitkiezen als decor, maar naaldbomen verliezen hun blad niet en verkleuren nauwelijks. Naaldbossen lenen zich vooral voor een geheimzinnig donkere kleuren verder op smaak brengen. Een polarisatiefilter zorgt eveneens voor warmere kleuren en laat blauwe luchten knallen. Bovendien neemt het reflecties weg van metalen, glazen en wateroppervlakken, zodat de spiegeling van herfstblad in de bosvijver extra mooi uitkomt.

Bedenk wel dat het polarisatiefilter een beetje licht tegenhoudt en je dus langere sluitertijden moet gebruiken om scherpe foto’s te krijgen. Gebruik het filter daarom bij voorkeur in combinatie met een statief.

Bij het fotograferen van verschillende bomen of een groter landschap werkt het goed om te zoeken naar lijnen, vlakken en patronen. Een rij bomen frontaal fotograferen, werkt zelden goed. Loop rond en bekijk het tafereel vanuit verschillende hoeken en standpunten. Ga te werk als landschapsfotograaf en zoek specifiek naar schuine lijnen, want die zorgen voor dynamiek in je beeld. Denk aan fietspaden, hekken van weilanden, hoogspanningslijnen of rijen lantaarnpalen.

Ook terugkerende patronen werken bijzonder sterk in een compositie: bijvoorbeeld rijen donkere boomstammen een massa geel blad met één rood exemplaar (contrast) of boomtakken die dezelfde kant op wijzen. Wijzig ook regelmatig je standpunt, beeldhoek en compositie. Richt je camera eens loodrecht omhoog (of omlaag), zak door de knieën, ga op je buik liggen en experimenteer met staande en liggende beeldformaten. Je zult zien wat voor verschillende resultaten dat oplevert.

Mist kan je foto’s een enorme boost geven. Zeker in combinatie met zonlicht. Fotografeer met tegenlicht in de vroege ochtend of late middag en de mist wordt een goudkleurige wolk. Boomstammen, schapen of burlende edelherten met tegenlicht én mist veranderen in silhouetten gehuld in een gouden aureool. Mooier wordt het echt niet. Analyseer het effect van mist en zonlicht in een bos eens vanuit verschillende invalshoeken. Je zult zien dat de zonnestralen letterlijk zichtbaar worden als ze tussen de bomen door schijnen. Zowel de bomen als de takken filteren het licht, waardoor het zonlicht er als tientallen spotjes tussendoor lijkt te stralen. Fantastisch om mee te experimenteren. Blijft de mist de hete dag hangen en weigert de zon tevoorschijn te komen? Fotografeer dan de contrasten tussen boomstammen en omgeving en converteer je foto’s achteraf in Photoshop of Lightroom naar zwart-wit voor een sinister en desolaat resultaat.

Na het maken van landschapsfoto’s ga je nu op zoek naar details: individuele herfstbladeren, boomschors, bessen, noten en paddenstoelen. Om herfstbladeren aan de boom mooi vast te leggen, moet de achtergrond wazig worden. Dat doe je door een groot diafragma (laag F-getal) te kiezen. Een egaal gekleurde, wazige achtergrond geeft een rustige uitstraling aan je foto en zorgt ervoor dat het blad bijna van het beeld spat. Denk hierbij ook weer aan de kracht van complementaire kleuren. Houd je ogen ook open voor kastanjes, beukennoten of rozenbottels. Daag jezelf uit en probeer één onderwerp eens op vijf verschillende manieren te fotograferen. Je zult zien dat dit je creativiteit enorm vergroot.

Paddenstoelen zijn voor veel mensen een echt herfstverschijnsel. Het zijn bovendien ideale onderwerpen. Ze lopen niet weg en laten je in alle rust de perfecte compositie bepalen. Er zijn enorm veel verschillende soorten paddenstoelen en allemaal zien ze er anders uit. Je kunt ze dus ook allemaal op een andere manier fotograferen. Ze zien er het mooist uit als je ze op ooghoogte of net iets van onderen fotografeert, zodat je hun sporen goed kunt zien. Kies een laag standpunt: op je knieën of plat op je buik. Neem een tafelstatief mee van ongeveer vijftien centimeter of gebruik een rijstzak. Wil je niet door de knieën? Gebruik dan liveview, een kantelbaar lcd-scherm of een hoekzoeker om vanuit een laag perspectief te fotograferen. Het is wel zo dat je ‘down and dirty’ de beste resultaten krijgt. Begrijpelijk: eenmaal plat op je buik loont het de moeite om de tijd te nemen en het maximale uit de situatie te halen. De andere oplossingen geven vaak gemakzuchtige en weinig aansprekende foto’s. Overigens hoef je niet vies te worden van een laag standpunt. Neem simpelweg een vuilniszak of stuk zeil mee om op te zitten of te liggen.

Nog een tip: voorkom dat storende elementen als lelijke takken, grassprieten en zwerfvuil je beeld verprutsen. Kies een andere beeldhoek of ruim de storende elementen op. Uiteraard alleen als dit de omgeving niet beschadigt!

Ten slotte: paddenstoelen staan vaak op donkere plekken in het bos. Met inflitsen kun je ze iets oplichten, maar dat geeft meestal een gekunsteld resultaat. Een velletje aluminiumfolie, een wit A4-tje, een spiegeltje, een klein led-lampje of zelfs de zaklamp-app op je smartphone doen wonderen en zorgen heel simpel voor een egaal verlicht onderwerp.

Een ander geweldig herfsttafereel zijn spinnenwebben. In de herfst vallen spinnenwebben extra op, omdat mist, regen en dauw ze zichtbaar maken. De parelketting achtige webben zijn perfecte foto-onderwerpen. Laat de zon van de zijkant op het web schijnen, zodat de kleine waterdruppels goed zichtbaar worden. Probeer bovendien een hoek te vinden waarbij het web goed los komt van de achtergrond. Het mooist is een zwarte, donkergroene of rode achtergrond (complementaire kleuren). Onderzoek de mogelijkheden grondig en wees niet te snel tevreden. Probeer telkens je beste foto te overtreffen.

De meest gestelde vraag onder fotografen: welke spullen heb je nodig voor herfstfotografie? Simpel: de spullen die je hebt. Herfstfotografie vereist geen geavanceerd materiaal. Gebruik een telezoom (bijvoorbeeld een 70-300 mm) om onderwerpen van veraf dichtbij te halen én om het perspectief plat te drukken. Een teleobjectief drukt onderwerpen wat op elkaar, zodat een prachtige rij bomen in het bos heel dicht op elkaar lijken te staan. Gebruik een standaardzoom (18 tot 55 mm) voor weidse landschappen en ruimtelijkheid. Neem een macro-objectief mee voor de details. Voor alle objectieven geldt: kruip zo dicht mogelijk op je onderwerp en probeer beeldvullende foto’s tegen een zo rustig mogelijke achtergrond.

Een statief is altijd handig: het vertraagt je tempo en dwingt je daardoor om meer dan snapshots te maken. Een statief is niet alleen een stevige ondersteuning, maar ook een hulpmiddel om beter te visualiseren. Filters zoals een polarisatiefilter zorgen voor een mooie kleurenweergave. Grijsfilters zul je minder nodig hebben, omdat je in dit seizoen minder licht hebt en je al snel met langere sluitertijden werkt. Op zonnige dagen is een grijsfilter uiteraard wel handig. Trek je regenjas aan, pak je camera en ga erop uit.